Dementie verandert wat iemand kan onthouden, plannen of in woorden brengen, maar het verandert niet wie iemand is. Het lichaam blijft een prachtig vertrouwde plek, ook als de wereld eromheen onbegrijpelijker wordt.

Stoelyoga bij dementie is dan ook geen lesje meer waarin we iets aanleren.

Het is een uitnodiging om vertrouwde beweging, vertrouwde adem en vertrouwde aanraking weer aan te raken, vaak letterlijk.

In de traditie van Tom Kitwood's person-centred care en Anneke van der Plaats' werk over het "kleine brein" betekent dat: minder doen, langzamer doen, meer voelen, meer er-zijn. Geen prestatie, geen correctie, geen druk.

Dit artikel is geschreven voor activiteitenbegeleiders, zorgmedewerkers in een verpleeghuis of dagbesteding, yogadocenten die met deze doelgroep willen werken, en familieleden die zelf iets willen kunnen aanbieden tijdens hun bezoek.

We bespreken hoe je een sessie opbouwt, wat wel en wat juist níét helpt, hoe je inspeelt op onrust of freezing, en wat onderzoek over dit type bewegingsaanbod laat zien.

In het kort: Houd sessies kort (15 tot 20 minuten, bij gevorderd dementie 10), gebruik herkenbare muziek of een vaste melodie als anker, doe alles voor in plaats van uit te leggen, vraag toestemming voor aanraking met je ogen en hand voor je woorden, accepteer onrust als informatie in plaats van als probleem, betrek familie waar mogelijk, en bouw na elke sessie een rustmoment in. Het doel is niet vooruitgang, het doel is een goed nu.

Het korte advies

Een goede stoelyogasessie bij dementie kent vier kenmerken. Hij is kort, voorspelbaar, zintuiglijk en relationeel.

Kort betekent dat je niet doortrekt "omdat het programma nog niet af is", als de aandacht weg is, is de sessie klaar. Voorspelbaar betekent een vast openingsritueel, een vaste afsluiting, dezelfde docent, dezelfde plek waar mogelijk.

Zintuiglijk betekent dat muziek, stem, aanraking, ademhaling en tempo de dragers zijn van de sessie, niet de instructie.

En relationeel betekent dat de verbinding tussen docent en deelnemer belangrijker is dan welke oefening dan ook. Wie deze vier dingen vasthoudt, kan met heel beperkte middelen een diep waardevolle activiteit bieden.

Wie ze loslaat en gewoon "een aangepaste yogales" geeft, ziet de aandacht binnen vijf minuten verdwijnen en de groep onrustig worden.

Dementie: wat speelt er per fase?

Dementie is een verzamelnaam voor verschillende ziektebeelden, alzheimer is veruit het meest voorkomend, gevolgd door vasculaire dementie, lewy-body en frontotemporale dementie. Elk type heeft eigen accenten, maar voor het opzetten van stoelyoga zijn vooral de fasen belangrijker dan het type.

In de beginfase is het kortetermijngeheugen aangetast en lukken complexe instructies moeilijker, maar bewegingen en gewoonten zijn vaak nog goed beschikbaar.

Mensen in deze fase kunnen veel zelf, en hebben er soms juist behoefte aan om iets "normaals" te doen, een gewone yogales waar ze in mogen mee-bewegen zonder gevoel van bijles.

In de middenfase wordt het taalbegrip onbetrouwbaarder, raken volgordes lastiger en treedt soms onrust of dwalen op. Hier is voorzeggen vervangen door voordoen cruciaal, en moet het tempo flink omlaag.

In de eindfase verschuift de sessie volledig naar zintuiglijke en relationele beleving: zachte aanraking, vertrouwde muziek, samen ademen, een hand vasthouden.

Het lichaam vraagt dan niet meer om actief mee-bewegen, maar om aanwezigheid. Anneke van der Plaats beschrijft hoe het brein in deze fase teruggaat naar oudere, dieper liggende lagen die nog steeds reageren op veiligheid, warmte en herkenning.

Wie dat begrijpt, geeft niet minder zorg in deze fase, wel een andere zorg.

Belevingsgericht werken

Belevingsgerichte zorg, in Nederland vooral verbonden aan het werk van Cora van der Kooij en internationaal aan Tom Kitwood's person-centred care, vertrekt vanuit één eenvoudig uitgangspunt: niet de ziekte staat centraal maar de persoon.

Voor stoelyoga betekent dat je niet komt "een les geven aan dementiepatiënten", maar dat je een halfuur lang in de leefwereld van deze specifieke mensen stapt en daar iets toevoegt wat past.

Soms is dat een rustige strekoefening, soms is dat samen een liedje neuriën, soms is dat alleen maar tien minuten naast iemand zitten met je hand op zijn onderarm.

Praktisch betekent belevingsgericht werken: kijk eerst, vraag dan, doe daarna. Kijk hoe de groep erbij zit als je binnenkomt.

Zijn de schouders gespannen? Klinkt er onrust?

Is het juist heel stil? Pas je opening daarop aan in plaats van vast te houden aan je geplande start.

Vraag niet "Hoe gaat het?", dat is voor mensen met dementie een lastige vraag waarop ze vaak geen antwoord hebben.

Vraag met je gezicht, je houding en je stem of er ruimte is voor wat je komt brengen. En begin dan klein, met iets wat veilig en vertrouwd voelt, in plaats van met een uitgebreide instructie.

Belevingsgericht is niet zacht of vaag, het is precies en zorgvuldig afgestemd op deze mensen op dit moment.

Sessie kort: 15 tot 20 minuten

De grootste fout die yogadocenten maken als ze voor het eerst met deze doelgroep werken, is dat ze een uur plannen. Een uur is voor mensen met dementie veel te lang.

De aandacht zakt na een minuut of tien al weg, en wat na een kwartier nog gebeurt is vaak ondergaan in plaats van mee-doen.

Plan voor de beginfase maximaal 20 tot 25 minuten, voor de middenfase 15 tot 20, en voor gevorderd dementie 10 tot 12 minuten. Liever twee keer per week 15 minuten dan één keer per week 45.

Binnen die kwartiertot-twintig minuten bouw je een herkenbaar ritme: een opening van twee minuten (begroeting, samen ademen, eventueel een vaste openingsmelodie), tien tot twaalf minuten zachte beweging vanuit de stoel, en drie tot vijf minuten afsluiting met aanraking, een korte handmassage of een gezamenlijke uitademing.

Datzelfde stramien in dezelfde volgorde, sessie na sessie. Voor mensen met dementie is herhaling geen saaiheid maar veiligheid; het lichaam herkent het patroon ook als het hoofd het niet meer benoemt.

Spiegelen en voordoen

Verbale instructies zoals "til nu je rechterarm op tot ongeveer schouderhoogte en draai je handpalm naar voren" werken niet meer betrouwbaar zodra het taalbegrip aangetast is. Voordoen werkt vrijwel altijd.

Ga zelf voor de groep zitten in dezelfde stoel, doe de beweging traag voor en wacht met je aandacht erbij.

Geen woorden, of hooguit één of twee korte: "armen omhoog. Mooi." Houd oogcontact met de groep tijdens het voordoen, glimlach rustig, beweeg zelf in een tempo dat haalbaar is voor de oudste persoon in de zaal.

Spiegelneuronen, de hersencellen die maken dat we automatisch mee-bewegen met iemand die we zien bewegen, blijven bij dementie verrassend lang functioneel. Je ziet vaak dat iemand die niet meer reageert op gesproken instructie, wel meteen meebeweegt zodra een ander het voordoet.

Dat is geen gehoorzaamheid, dat is een diep menselijk meebewegen waar de ziekte amper bij kan.

Maak daar gebruik van. Als één persoon in de groep een beweging spontaan groter maakt, kun je daar even bij blijven hangen en de groep langzaam met die beweging meegaan.

Dat is geen afwijking van het plan, dat is precies de essentie.

Muziek en ritme als kapstok

Muziek doet bij dementie wat instructie niet meer kan: het brengt direct emotie, herinnering en lichaamsritme naar boven. Vooral muziek van rond iemands twintigste, de muziek die destijds "de eigen" muziek werd, blijft tot in late fasen herkenbaar.

Een vertrouwde melodie kan een onrustige groep binnen een minuut tot rust brengen, en kan een passieve groep activeren tot meebewegen of meezingen.

Kies voor stoelyoga rustige tot middel-tempo muziek met een duidelijk ritme: walsen, oude Nederlandstalige nummers, klassiek met heldere melodie, of instrumentaal met een herkenbare structuur.

Vermijd muziek die wisselt in tempo, met onverwachte uitbarstingen of harde dissonanten, die schrikken eerder dan dat ze meenemen. Vermijd ook nieuwe of onbekende muziek voor deze groep, ook al is die mooi; herkenning is de werkzame stof.

Een vaste openingsmelodie en een vaste afsluitmelodie maken de sessie als geheel herkenbaarder, zoals een liedje aan het begin van een tv-programma.

Je hoeft geen muziektherapeut te zijn om dit goed in te zetten, een eenvoudige bluetoothspeaker, een paar zorgvuldig gekozen nummers en een gevoel voor wanneer je het zachter of harder draait, is voldoende.

Geen verbale overload

Veel docenten praten veel, uit gewoonte, uit onzekerheid of omdat ze geleerd hebben "cueing" te geven. Bij dementie is dat een actieve belemmering.

Te veel woorden overspoelen het toch al verminderde taalcentrum, en lokken stress in plaats van ontspanning uit. De vuistregel: zeg minder dan de helft van wat je gewend bent.

Eén korte instructie per beweging, hoogstens. Geen lange uitleg over "waarom we dit doen", die landt niet en is niet nodig.

Goede zinnen voor stoelyoga bij dementie zijn kort, concreet en bevattelijk in maximaal vier woorden: "armen omhoog", "rustig ademen", "mooi zo", "tijd om te eindigen". Spreek langzaam, met een lagere stem dan je gewend bent, en laat tussen zinnen veel ruimte.

Stilte is geen leegte, voor mensen met dementie is stilte de tijd om wat ze zien en voelen te laten landen.

Een sessie waarin je zelf de helft van de tijd zwijgt en alleen rustig voordoet, is vaak diep effectief. Wie zich daar onwennig bij voelt, kan oefenen met een collega: probeer een tien-minutensessie te geven met maximaal twintig gesproken woorden in totaal.

Ademen als anker

De ademhaling is de oudste, diepst verankerde lichaamsfunctie en blijft tot in zeer late fasen aanwezig en beïnvloedbaar. Voor stoelyoga bij dementie is samen ademen vaak het meest werkzame element van de hele sessie.

Niet als oefening die je "moet" uitvoeren, maar als gezamenlijk ritme dat je met je eigen ademhaling voorgaat. Adem zelf duidelijk in en uit, zichtbaar in je schouders en buik, en laat de groep meedrijven zonder iets te "moeten".

Een eenvoudige en zeer effectieve vorm is de zogenaamde zucht-uitademing: even hoorbaar uitademen via de mond, met geluid. Dat geluid maakt de uitademing tastbaar en navolgbaar, ook voor mensen die niet meer reageren op "adem nu uit".

Drie tot vijf van deze gezamenlijke uitademingen aan het begin en aan het eind van de sessie maken iets opvallends mogelijk: een hele groep ademt in hetzelfde ritme.

Dat verlaagt het stressniveau in de ruimte binnen één tot twee minuten meetbaar. Je hoeft het niet wetenschappelijk uit te leggen aan de groep, ze voelen het, en jij voelt het.

Aanraking en toestemming

Aanraking is in deze sessies één van de krachtigste werkzame elementen, én het meest delicate. Een warme hand op een schouder, een korte zachte druk op een onderarm, samen even handen vasthouden tijdens de afsluiting: deze gebaren bereiken een laag in het brein waar woorden niet meer komen.

Maar aanraking vraagt om toestemming, en juist bij dementie kun je die niet meer altijd in woorden vragen. Je vraagt met je ogen, je houding en je hand.

Praktisch: nader iemand altijd van voren, niet van achteren. Maak oogcontact voor je iets aanraakt.

Houd je hand een paar seconden zichtbaar voor je hem op de schouder of onderarm legt, geef de persoon de kans om weg te bewegen, te knikken of een glimlach te geven. Begin met de minst kwetsbare plekken: bovenkant onderarm, schouder, bovenkant hand.

Vermijd in eerste sessies aanraking van gezicht, hoofd of borststreek tenzij je de persoon goed kent en hij of zij dit duidelijk fijn vindt.

Bij weerstand, een wegtrekkende beweging, een gespannen gezicht, een "nee" in welke vorm dan ook, direct stoppen zonder commentaar of uitleg. Geen "jammer", geen "volgende keer dan".

Gewoon zacht je hand terug, doorgaan met de oefening. Die professionele zachtheid bouwt vertrouwen sneller op dan welke uitleg ook.

Onrust opvangen, niet bestrijden

Onrust tijdens een sessie is geen probleem dat je moet wegwerken, het is informatie. Iemand staat plotseling op en wil weg, een ander begint hardop te praten, een derde wordt teruggetrokken en kijkt verstoord.

De reflex om de orde te herstellen werkt averechts: je verhoogt de stress in de hele ruimte.

De alternatieve houding is rustig blijven, je tempo nog iets verlagen, je stem nog iets zachter maken, en de aandacht van de groep terugbrengen naar iets simpels, bijvoorbeeld samen één keer hoorbaar uitademen, of samen je handen voor je neerleggen.

Voor de specifieke persoon: ga niet uitleggen waarom hij of zij moet blijven zitten. Loop er rustig naartoe, maak oogcontact, leg eventueel je hand op de onderarm en vraag met je gezicht of er iets nodig is.

Soms is het een toiletgang, soms dorst, soms gewoon ergens anders willen zijn.

Dat is allemaal goed. Geen sessie is ooit verstoord doordat iemand de zaal uitloopt; sessies zijn alleen verstoord wanneer een docent een gevecht aangaat dat niet te winnen is.

Familielid of begeleider die meekomt kan dit moment opvangen zonder dat de hele groep eronder lijdt. Vijf minuten later komt diezelfde persoon vaak weer rustig binnen alsof er niets is gebeurd, en in zekere zin is dat ook zo.

Familie laten meedoen

Familieleden die op bezoek zijn, ervaren het bezoek vaak als zwaar omdat het gesprek moeilijker wordt en herinneringen niet meer worden gedeeld zoals vroeger. Een gezamenlijke stoelyogasessie is voor veel mantelzorgers een wending: er hoeft niet te worden gepraat, en ze zien hun naaste opeens weer rustig en aanwezig.

Veel familieleden zeggen achteraf dat het één van de fijnste momenten van het bezoek was. Voor de persoon met dementie verhoogt aanwezigheid van een vertrouwd gezicht het gevoel van veiligheid en is meedoen soms makkelijker dan zonder.

Spreek vooraf kort met familie af: jij geeft de instructie, zij beweegt mee zonder zelf te corrigeren of toe te voegen. Eén stem in de ruimte werkt het rustigst.

Familie mag wel zachtjes meeneuriën, een hand vasthouden tijdens de afsluiting of mee-glimlachen.

Aan het eind van de sessie kan een kort dankwoord aan de familie, "fijn dat u erbij was", net zoveel doen als veel verbale uitleg vooraf.

Voor instellingen die regelmatig met familie willen werken: organiseer eens per maand een "samen stoelyoga" moment, expliciet open voor mantelzorgers. Het is een laagdrempelige manier om mensen weer in de instelling te krijgen voor iets aangenaams in plaats van alleen voor zorggesprekken.

Wat zegt het onderzoek?

De evidence-basis voor stoelyoga specifiek bij dementie is bescheiden maar groeiend. Onderzoek van onder andere Hariprasad et al.

en Litchke et al. laat positieve effecten zien op slaap, stemming, agitatie en motoriek bij ouderen met milde tot matige cognitieve achteruitgang.

De effectgroottes zijn klein tot middelmatig en de studies zijn vaak klein van opzet, maar de richting is consistent: aangepaste bewegingsinterventies met aandacht voor adem en aanraking verlagen agitatie en verbeteren slaapkwaliteit ten opzichte van enkel zorg-als-gebruikelijk.

Belangrijker dan de getallen is misschien de overlap met breder dementieonderzoek. Studies naar muziekinterventies, lichte beweging, en belevingsgerichte zorg laten allemaal vergelijkbare effecten zien: rustiger gedrag in de uren na de interventie, betere voedingsinname 's avonds, soms minder gebruik van "zo nodig"-medicatie.

Stoelyoga bij dementie is in die zin geen op zichzelf staande wonderkuur, maar past in een familie van interventies die samen het welzijn in deze fase ondersteunen. Onderzoek toetst niet of het zinvol is, dat zien we al, maar helpt vooral te bepalen hoe vaak, hoe lang en in welke groepsgrootte het optimaal werkt.

Samen met PG-fysio en zorgteam

In een verpleeghuis of dagbesteding ben je nooit de enige die met deze mensen werkt. PG-fysiotherapeuten (psychogeriatrische fysiotherapie), ergotherapeuten, activiteitenbegeleiders, verpleegkundigen en arts werken samen aan het welzijn.

Stoelyoga past het beste in die samenwerking als je je rol scherp houdt: je biedt geen fysiotherapie, geen revalidatie, geen behandeling. Je biedt een belevingsgericht groepsmoment dat het bredere zorgaanbod aanvult.

Praktisch: stem voor je begint kort af met de PG-fysio over wie er meedoet, of er specifieke contra-indicaties zijn (recente val, acute pijn, een persoon die net medicatieaanpassing krijgt), en aan welke bewegingsdoelen je impliciet kunt bijdragen. Houd na de sessie kort een notitie bij: wie was erbij, hoe was de stemming, wat viel op.

Die korte verslaglegging maakt dat het zorgteam jouw werk waarderend kan inpassen, en dat een eventuele opvolger jouw rol soepel kan overnemen.

Wees ook helder over wat je signaleert: zie je dat iemand pijn lijkt te hebben tijdens een bepaalde beweging, of merkt iemand veranderingen in mobiliteit op, koppel dat terug aan de verpleging. Dat maakt je een betrouwbare partner in het team in plaats van een losse activiteit.

Na de sessie: rust en verankering

Wat na de sessie gebeurt is bijna net zo belangrijk als de sessie zelf. Mensen met dementie hebben tijd nodig om uit een ervaring "over te schakelen".

Plan na de sessie altijd een rustig moment in: niet meteen koffieronde, niet meteen activiteit, niet meteen verplaatsen naar een andere ruimte.

Vijf tot tien minuten zachtjes blijven zitten, eventueel met zachte muziek nog op de achtergrond, geeft het lichaam en de geest ruimte om de ontspanning vast te houden.

Voor de verankering helpt herhaling. Als je iedere woensdagochtend stoelyoga geeft in dezelfde ruimte, dezelfde tijd, met dezelfde openingsmelodie, dezelfde afsluiting en hetzelfde rustmoment erna, ontstaat een ritueel dat in het lijfgeheugen verankerd raakt.

Mensen die je gisteren niet meer wisten te noemen, beginnen op woensdagochtend toch te neuriën op de openingsmelodie.

Dat is geen toeval, dat is het lichaam dat herkent wat het brein niet meer kan benoemen. Investeer in die ritualisering.

Een vaste plek voor ieders stoel, een vast lijstje of mandala in de ruimte, een vast openingsgebaar. Het maakt het verschil tussen "een sessie" en "iets wat bij ons hoort".

Mythes en misverstanden

Tot slot een paar mythes die rond stoelyoga bij dementie circuleren en die het werk in de weg zitten. De eerste is dat het "te complex" zou zijn voor deze doelgroep.

Het tegendeel is waar: stoelyoga in aangepaste vorm is misschien wel één van de eenvoudigste, meest toegankelijke groepsactiviteiten die in deze fase werken, eenvoudiger dan een spelletje, eenvoudiger dan een gesprek, eenvoudiger dan een uitje.

De tweede mythe is dat er "te weinig effect" zou zijn omdat mensen het toch niet onthouden. Maar effect en herinnering zijn niet hetzelfde; rustiger zijn in de uren na de sessie is een waardevol effect, ook al wordt het niet als herinnering opgeslagen.

De derde mythe is dat het "alleen iets voor de beginfase" zou zijn. In de praktijk zien we juist bij gevorderd dementie soms de meest aangrijpende momenten, wanneer iemand die nauwelijks nog reageert, plotseling meeneuriet of een glimlach laat zien.

De vierde mythe is dat je "gespecialiseerd moet zijn" om dit te mogen doen.

Specialisatie helpt, maar wat echt nodig is, is geduld, warmte, een goed afgestemde aanwezigheid en de bereidheid om je ego buiten de zaal te laten.

Een zorgmedewerker met die kwaliteiten doet vaak meer goed dan een gediplomeerde yogadocent die nog niet heeft afgeleerd om les te "geven". De vijfde mythe is dat "er toch geen verschil te merken is".

Wie goed kijkt, naar de schouders, het gezicht, de ademhaling, het gedrag in de uren erna, ziet de verschillen heel duidelijk. Ze zijn alleen niet altijd in woorden te vangen, en dat is in deze fase ook precies de bedoeling.

Stoelyoga bij dementie is uiteindelijk een vorm van aanwezig-zijn-met. Niet meer en niet minder.

Wie dat begrijpt, biedt iets wat in de gehele zorgketen schaars en kostbaar is: een rustig, samen-met, niet-vragend moment in een wereld die voor mensen met dementie steeds verwarrender wordt.

Het hoeft niet ingewikkeld te zijn om diepgaand te zijn. Een stoel, twee handen, een rustige stem, een vertrouwde melodie en de bereidheid om er gewoon te zijn, dat is, in de kern, de hele praktijk.

Veelgestelde vragen

Alles wat je wil weten.

Onthouden ze de sessie niet, is het dan nog zinvol?+

Het korte declaratieve geheugen vervaagt, maar het lichaam onthoudt langer dan we denken. Tom Kitwood noemde dit de persoon achter de dementie: gevoelens, ritmes en bewegingspatronen blijven aanwezig ook als woorden wegvallen. Mensen die deelnemen aan stoelyoga onthouden vaak niet dát ze het hebben gedaan, maar ze stappen wel met een rustiger ademhaling, een ontspannener gezicht en soms minder onrust de rest van de middag in. Onderzoek bij belevingsgerichte interventies laat dat ook zien: het effect zit in het hier en nu, in het gevoel van veiligheid en verbinding tijdens de sessie zelf. Dat is geen mindere winst, dat is precies de winst die in dit stadium telt.

Werkt stoelyoga ook bij gevorderd dementie?+

Ja, mits je de vorm radicaal vereenvoudigt. Bij gevorderd dementie wordt het meedoen vaak passiever: minder zelf bewegen, meer ondergaan. Dan verschuift de sessie naar zachte aanraking, voorzichtig mee-bewegen vanuit de docent of familielid, muziek en stem als drager, en heel veel rust. Tien minuten is dan vaak genoeg. Anneke van der Plaats beschrijft hoe het brein in dit stadium vooral nog reageert op basale, prikkelarme zintuiglijke ervaringen, een warme hand op de schouder, een vertrouwde melodie, een rustige stem die niet veel vraagt. Dat is wat een goede sessie biedt. Belangrijk is dat je de persoon nooit dwingt: meedoen mag, niet hoeft.

Mag familie meedoen tijdens de sessie?+

Heel graag, en het werkt vaak twee kanten op. Voor de persoon met dementie geeft een vertrouwd gezicht naast zich extra veiligheid en herkenning, ook als de naam van die persoon niet meer paraat is. Voor de familie zelf is het vaak één van de weinige momenten waarop je samen iets aangenaams kunt doen, zonder dat er een gesprek of geheugentest in zit. Veel mantelzorgers vertellen achteraf dat ze hun naaste tijdens stoelyoga even terugzagen zoals ze hen kenden: rustig, aanwezig, soms een glimlach. Spreek vooraf kort af dat de familie meebeweegt zoals de docent voordoet, niet zelf gaat instrueren of corrigeren. Eén stem in de ruimte werkt het rustigst.

Hoeveel keer per week is goed?+

Voor zorginstellingen werkt twee tot drie korte sessies per week beter dan één langere. Bij dementie helpt ritme en herkenning enorm: dezelfde dag, dezelfde tijd, dezelfde ruimte, dezelfde docent waar mogelijk. Dat vaste anker maakt dat het lichaam de sessie soms eerder herkent dan het hoofd. Voor thuis met een mantelzorger is dagelijks tien minuten ook prima, mits het ontspannen blijft en niet voelt als een verplichting. Forceer nooit: een dag overslaan is veel beter dan een sessie die weerstand oproept. Houd in de gaten of de persoon na verloop van weken rustiger oogt of beter slaapt, dat zijn betere indicatoren dan absolute frequentie.

Wat doe ik als iemand tijdens de sessie onrustig wordt?+

Stop met instrueren en ga eerst af op het non-verbale. Onrust bij dementie is vaak een signaal van overprikkeling, ongemak of een onvervulde behoefte (toilet, dorst, ergens anders willen zijn). Verlaag je stem, verminder bewegingen, leg eventueel je hand rustig op de onderarm of schouder als de persoon dat eerder fijn vond. Laat de groep in een eenvoudige adembeweging mee-ademen, dat verlaagt de groepsenergie binnen een minuut. Lukt het niet, breng de persoon dan rustig en zonder commentaar uit de ruimte; geen uitleg over "we proberen het even buiten", gewoon mee-wandelen. Vaak komt diezelfde persoon vijf minuten later weer rustig binnen. Een onrustig moment is geen mislukking, het is informatie.

Lees ook

Verder in de kennisbank.

Alle artikelen →