Ik ben drieënvijftig, en tot vorig jaar had ik nog nooit van mijn leven een pedicure bezocht. Geen principekwestie, geen budgetkwestie, geen overtuiging.

Eerder een mengeling van "dat is iets voor andere mensen", "ik knip mijn nagels zelf wel" en een vage, hardnekkige weerstand die ik nooit goed onder woorden kreeg.

Tot ik een keer in een spreekkamer zat voor iets heel anders en de huisarts naar mijn voeten keek met de zachte blik die ik herken uit gesprekken waarbij iemand zich inhoudt.

Dat duwde me eindelijk in beweging. Wat volgde is dit verhaal: hoe het was om voor het eerst, dertig jaar later dan verstandig was, in die stoel te zitten.

Wat het mij heeft geleerd, wat me verbaasde, en wat ik nu anders doe, niet omdat ik bekeerd ben tot iets, maar omdat ik me realiseer hoe weinig moeite het daadwerkelijk is voor wat het oplevert.

Vooraf: Dit is geen reclamestuk. De pedicure deed niets magisch en mijn voeten zien er geen tien jaar jonger uit. Wat wel veranderde: een berg kleine ergernissen die ik 'normaal' was gaan vinden bleek niet normaal. Eelt op plekken die geen eelt hadden hoeven hebben, een nagel die jarenlang scheef groeide, een hiel die elke winter weer ging schilferen. Allemaal opgelost of veel beter beheersbaar geworden, en niet met spectaculaire ingrepen maar met dingen die ik gewoon zelf was vergeten te doen.

Een bekentenis vooraf

Laat ik beginnen met de bekentenis die de rest van dit verhaal verklaart: tussen mijn vijfentwintigste en mijn drieënvijftigste heb ik mijn voeten ongeveer behandeld zoals je een fietsketting behandelt die je nooit hoeft te zien. Ik knipte mijn nagels, meestal te ver, soms met een gewone keukenschaar die ik thuis vond, als ze me opvielen in een schoen.

Ik smeerde nooit iets in.

Een voetenbad? Misschien drie keer in heel die periode, en dan nog omdat een vakantieadres een voetbadje op de badkamerrand had.

Ik had geen voetcrème in huis. Ik kocht schoenen op vorm en kleur, nooit op pasvorm.

Als ze knelden ging ik er "wel doorheen lopen".

En ik dacht oprecht dat ik niets te verbergen had. Ik was niet iemand met kloven of stinkvoeten of zichtbare problemen, voor mijn gevoel hoorde ik dus niet bij de doelgroep van een pedicure.

Pedicures, dacht ik, waren voor mensen met diabetes, ouderen, of mensen die te veel van hun voeten verlangden.

Dat ik in een land leef waar bijna de helft van de vijftigplussers een voetklacht heeft, drong nooit echt tot me door. Ik was overtuigd dat "mijn voeten oké waren", en die zin werd in mijn hoofd een onaantastbaar feit dat geen tegenspraak verdroeg.

Waarom dan nu pas?

Er was geen drama. Geen ongeluk, geen ontsteking, geen huilbui na een blik in de spiegel.

Wat er wel was, was een opeenstapeling van kleine dingen die alleen achteraf samen een patroon vormen. Ik begon 's avonds een stekend gevoel in mijn rechterhiel te krijgen, vooral na lange dagen.

Ik merkte dat een paar nieuwe schoenen die op zich prima leken na tien minuten een drukpunt op mijn linker grote teen gaven. Ik ontdekte op een vakantie aan zee dat mijn vrouw bij blote voeten op het zand keek met een soort milde verbazing waar ik niets op kon zeggen.

De druppel was zoals gezegd dat huisartsbezoek voor iets onschuldigs, een keelontsteking, waarbij ze tussen neus en lippen door zei: "Heb je weleens naar een pedicure overwogen? Niet uit zorg, gewoon onderhoud." Niet uit zorg.

Gewoon onderhoud. Die twee zinnen bleven hangen omdat ze de hele psychologische barrière in één klap omdraaiden.

Een pedicure was in mijn hoofd altijd een soort hulpverlening, iets voor mensen die het niet meer alleen redden. "Gewoon onderhoud" klonk als wat het is: zoiets als je auto naar de garage brengen voor de APK.

Niet beschamend, niet bijzonder, gewoon iets dat je doet.

Het gedoe van een afspraak maken

Toch deed ik er nog twee maanden over om die afspraak te maken. Dat klinkt belachelijk voor wie er nuchter naar kijkt, maar herkenbaar voor iedereen die ooit iets in zijn hoofd te groot heeft gemaakt.

Ik googelde "pedicure in de buurt", klikte op drie websites, las wat reviews, sloot de browser, dacht "ik doe het morgen", en herhaalde dat een paar weken.

Ik weet niet precies waar ik op wachtte. Misschien dat het probleem zichzelf zou oplossen.

Misschien op een teken. Misschien op een week waarin niets anders speelde.

Toen ik uiteindelijk belde was het gesprek aan de telefoon banaal. Mevrouw aan de andere kant vroeg mijn naam, mijn geboortejaar, of ik diabetes had, of er specifieke klachten waren.

Ik stamelde dat ik "eigenlijk nooit eerder" was geweest en dat het meer een onderhoudsbezoek zou worden.

Geen verbazing. Geen oordeel.

Een vriendelijke stem die zei dat ze daar dan extra tijd voor inplande zodat ze rustig kon kijken en uitleggen.

Dat hele telefoongesprek duurde misschien drie minuten en in die drie minuten verdampte ongeveer tachtig procent van de drempel die ik in mijn hoofd had opgebouwd.

De eerste binnenkomst

De salon zat in een appartementencomplex aan de rand van de stad, op de begane grond, met een eigen ingang en een klein bordje. Geen wellnessmuziek, geen geurkaarsen, geen receptioniste, gewoon een wachtruimte met twee stoelen, een tijdschriftenrek met inderdaad de Libelle, en een deur naar de behandelkamer.

Ik kwam vijf minuten te vroeg en zat naar mijn eigen schoenen te kijken alsof ik die zelf moest beoordelen. De pedicure kwam de wachtruimte in, schudde mijn hand, stelde zich voor met haar voornaam en bracht me naar de behandelstoel.

Die stoel was geen luxe massagestoel maar een nuchtere, hydraulisch verstelbare zitting met een voetensteun. De ruimte was klinisch netjes, met een werkbankje met instrumenten in een glazen sterilisator, een papieren onderlegger op de voetensteun en een lampje boven om goed te kunnen zien.

Geen dramatische verlichting, geen zachte muziek, geen poespas. Dat ontspande me meteen meer dan een wellnesssetting had gedaan.

Het voelde als bij de tandarts: praktisch, professioneel, gericht op wat het moet doen. Ze vroeg me schoenen en sokken uit te trekken en op de stoel te gaan zitten.

Dat moment had ik in mijn hoofd dramatischer gemaakt dan het was. Toen ik mijn sokken uittrok en mijn voeten op de papieren mat zag liggen voelde het, eerlijk gezegd, vooral alledaags.

Een confronterende anamnese

Voordat ze aan de slag ging stelde ze ongeveer een kwartier vragen.

Niet over mijn voeten alleen, over alles wat met mijn voeten samenhangt: wat voor werk ik doe (zittend, met vlagen wandelend), hoeveel kilometer ik per dag loop, wat voor schoenen ik thuis en op werk draag, of ik sport, hoe vaak ik mijn nagels knip en hoe, of ik in huis op blote voeten loop, of ik allergieën heb,

of er familieleden zijn met diabetes of reuma, en of ik medicatie gebruik. Tussen die vragen door schreef ze kleine aantekeningen op een formulier en stelde af en toe een wedervraag.

Wat me confronteerde was niet wat ze vroeg, maar wat ik moest antwoorden. Op de vraag hoe vaak ik mijn nagels knipte: "als ik eraan denk".

Op de vraag welke voetcrème ik gebruikte: "geen". Op de vraag of ik mijn voeten weleens grondig bekeek: "eigenlijk niet".

Hardop horen wat je doet en niet doet is iets anders dan het denken.

Ze knikte rustig, schreef alles op, en zei toen iets wat ik me sindsdien letterlijk herinner: "Dat is geen probleem, hoor.

Mensen die helemaal niets doen weten dat tenminste eerlijk. Erger zijn mensen die denken dat ze veel doen omdat ze één keer per jaar een voetscrub gebruiken." Dat humorvolle relativeren ontspande me volledig.

Hoe de behandeling voelde

Toen ze begon was het eerste wat me opviel hoe rustig en geconcentreerd het werk was. Ze begon met een korte inspectie, letterlijk een paar minuten gewoon kijken, hier en daar drukken, voelen aan de nagelranden, vragen of iets gevoelig was.

Daarna een lauwwarm voetenbad van ongeveer zeven minuten met een onschuldig ruikend product. Niet om me te verwennen, legde ze uit, maar om de nagels en eelt soepeler te maken zodat het bewerken pijnloos kon.

Wat erna kwam was een opeenvolging van kleine, gerichte handelingen. Een instrument om nagelriemen voorzichtig terug te duwen.

Een knipschaar voor de nagels, recht en in kleine stapjes, niet één forse knip. Een fijne vijl om randen glad te maken.

Een frees voor één nagel die volgens haar "wat te dik geworden" was. Een ander instrument waarmee ze zachtjes over de hielen ging om wat eeltlagen weg te halen.

Alles voelde nuchter en gecontroleerd, niets voelde als een verzorgingsritueel of als pijn. Het deed me eigenlijk meer denken aan een fietsenmaker die rustig een wiel uitlijnt dan aan iets cosmetisch.

Tussen de stappen door legde ze uit wat ze deed en waarom, niet uitgebreid, maar genoeg om me het idee te geven dat ik niet zomaar werd 'bewerkt'.

Wat ik zelf voor het eerst zag

Ongeveer halverwege gebeurde iets onverwachts. Ze hield een spiegeltje naast mijn rechtervoet en wees op een paar dingen.

Ten eerste: een verkleurde streep onder mijn grote teennagel die ik nooit eerder had gezien. "Niet zorgwekkend, maar opvallend; we houden het in de gaten."

Ten tweede: een hardere plek langs de buitenkant van mijn linkerhiel die volgens haar precies overeenkwam met de plek waar mijn werkschoenen het hardst drukten. Ten derde: een lichte standsafwijking van mijn kleine teen waarvan ik nooit had gerealiseerd dat hij niet meer recht stond.

Geen van deze ontdekkingen was alarmerend. Wat ze me wel duidelijk maakten was hoeveel je niet ziet als je je voeten nooit bewust bekijkt.

Ik liep dertig jaar met die kleine teen die scheef stond. Ik liep dertig jaar met die druk op exact dezelfde plek.

Ik liep dertig jaar met een streep onder een nagel die er 'misschien al jaren' zat.

Allemaal kleine dingen, allemaal goed beheersbaar, geen ervan rampzalig. Maar bij elkaar opgeteld vormden ze een verhaal dat ik niet had geweten te lezen omdat ik nooit had gekeken.

Eerlijk over de pijn

Ik wil daar eerlijk over zijn: ja, op een paar momenten deed het iets pijn. Niet veel, en nooit langer dan een paar seconden.

Het terugduwen van één nagelriem was even gevoelig, een soort ongemakkelijk-prikkelend gevoel dat meteen weer wegtrok.

Het frezen van die ene dikkere nagel gaf een licht warm gevoel, vergelijkbaar met wat je voelt als bij de tandarts iets wordt geslepen, alleen veel milder. Eén plek op de hiel waar ze wat eelt wegnam was nadien een uur lang gevoelig bij het lopen, alsof die plek aan de buitenlucht moest wennen.

Dat is dus de eerlijke uitkomst: niet pijnloos, maar ook niet pijnlijk in de zin dat ik mijn knokkels moest dichtknijpen. Iedereen die zegt dat een pedicure compleet gevoelloos is overdrijft het.

Iedereen die zegt dat het veel pijn doet overdrijft het ook. Het ligt ertussenin: een paar kleine momenten van "hm" tussen veertig minuten van "valt me mee".

Wat het verschil maakte was dat ze elke gevoelige actie aankondigde en kalm uitvoerde.

Geen verrassingen, geen ruwe bewegingen, geen haast. Daardoor kon ik me bij elk gevoel iets denken, "dit is die nagel die ze omschreef", in plaats van mijn lichaam in alarm te zetten.

Het moment van besef

Op een gegeven moment, ergens rond minuut dertig, gebeurde er iets stils maar belangrijks. Ik keek naar mijn rechtervoet die op de papieren mat lag, schoongemaakt, glad afgewerkt aan de randen, met nagels die voor het eerst sinds jaren weer een gelijke lengte hadden en geen scherpe hoek meer hadden.

En ik herkende hem niet helemaal.

Niet omdat hij er ongelooflijk anders uitzag, het was nog steeds gewoon mijn voet, maar omdat ik voor het eerst zag hoe hij eruit zou kunnen zien zonder de chaos die ik zelf erop had achtergelaten. Dat klinkt zwaar voor wat het was, maar het is precies hoe het voelde.

Wat dat moment in me losmaakte was geen schaamte over wat ervoor was geweest. Eerder een soort verbazing over hoe vanzelfsprekend ik had geleefd alsof dit deel van mijn lichaam niet meedeed.

Ik smeerde mijn handen na het afwassen in. Ik knipte mijn baard.

Ik flossde mijn tanden. Ik zorgde voor mijn fiets, mijn auto, mijn telefoon, mijn boekencollectie.

Maar mijn voeten, die letterlijk elke dag het hele gewicht dragen, had ik consequent overgeslagen. Dat besef bleef hangen lang nadat ik de salon had verlaten en is denk ik het belangrijkste wat dat eerste bezoek me heeft opgeleverd.

Uit de stoel komen

Toen ze klaar was, droogde ze mijn voeten af en bracht ze een dunne laag crème aan op de hielen en bovenkant van de voeten. Niets te ruikens, geen sterk parfum.

Vervolgens hielp ze me een paar minuten te wachten voor ik mijn sokken weer aantrok zodat de crème kon intrekken en de huid geen wrijving zou krijgen.

In die paar minuten praatten we over koetjes en kalfjes en bekeek ik mijn voeten zoals je een net gepoetste auto bekijkt op de parkeerplaats. Niet trots, eerder verbaasd.

Toen ik mijn sokken en schoenen aantrok merkte ik iets onverwachts: ik voelde verschil bij het opstaan. Niet dramatisch, niet wonderbaarlijk, maar het lopen voelde anders.

Lichter is een te groot woord. "Minder vol" is misschien beter, alsof er ergens een onnodige laag tussen mijn voet en mijn schoen had gezeten die er niet meer was.

Ik liep de gang door, betaalde aan de balie, plande direct een vervolgafspraak in voor over acht weken, en stapte naar buiten met een gevoel dat ergens tussen opluchting en lichte verbazing zat.

De nazorg en uitleg

Voor ik vertrok had ze ongeveer vijf minuten uitleg gegeven over wat ik thuis kon doen. Niet uitgebreid, niet belerend, maar concreet.

Smeer elke avond een dunne laag voetcrème met tien procent ureum op de hielen en de bovenkant van de voeten, niet tussen de tenen. Droog na het douchen tussen de tenen af voordat ik mijn handdoek wegleg.

Knip de nagels recht en niet rond.

Vervang mijn werkschoenen waarvan ze de drukplek had laten zien, niet omdat ze versleten waren maar omdat ze niet bij mijn voet pasten. Loop in huis niet altijd op dezelfde uitgewoonde pantoffels.

Geen ervan was verrassend in de zin dat ik ze niet ergens al had kunnen weten. Wel verrassend was hoe gericht en kort de uitleg was.

Geen routine van twintig stappen, geen lijst met producten om te kopen, geen abonnement op iets. Vier of vijf concrete handelingen die ik kon onthouden zonder ze op te schrijven.

Toen ik later thuis op een briefje toch even uitschreef wat ze had gezegd paste het op een half A4-tje. Dat maakte de drempel om ermee te beginnen verwaarloosbaar.

Thuis anders naar mijn voeten kijken

Wat me die avond opviel toen ik thuiskwam was dat ik anders naar mijn voeten keek dan ervoor. Niet kritischer in de zin van zelfveroordeling, maar opmerkzamer.

Ik zag de hiel waar ze die hardere plek had genoemd en herkende hem nu als wat hij was. Ik zag de kleine teen die niet helemaal recht stond en realiseerde me hoe lang ik daar overheen had gekeken.

Ik zag de huid op de bovenkant van mijn voet en dacht: dit is gewoon huid, en gewone huid heeft af en toe crème nodig, en het is bijna eng dat ik daar dertig jaar lang nooit een gedachte over heb gehad.

Die avond opende ik in de badkamer een tube ureumcrème die ik die middag had meegenomen uit de drogisterij, vier euro vijfennegentig huismerk, en bracht voorzichtig een dunne laag aan op mijn hielen. Het voelde een beetje vreemd, alsof ik iets deed dat niet bij mij hoorde.

Tegelijk was het belachelijk klein, een handeling van vijftien seconden.

Mijn vrouw vroeg of ik vergat de afwas te doen en ik zei dat ik mijn voeten insmeerde, en haar reactie was ergens tussen verbazing en lichte hilariteit. Daarna trok ik schone sokken aan en ging naar bed.

De volgende ochtend voelden mijn hielen anders. Niet wonderlijk anders, maar duidelijk anders.

Wat er in mijn routine veranderde

Drie maanden later kan ik vrij precies zeggen wat blijvend is veranderd in wat ik dagelijks doe, en wat niet. Wat wel: elke avond na het tandenpoetsen breng ik een dunne laag voetcrème aan.

Dat kost vijftien tot dertig seconden, en het is inmiddels zo geautomatiseerd dat ik het zou missen als ik het oversla.

Na het douchen droog ik bewust tussen mijn tenen af; iets wat ik vroeger met een soort zwaaibeweging van de handdoek wegwiste. Een keer per twee weken knip ik mijn nagels recht, in kleine stapjes, met een knipschaar die ik nu beter onderhoud.

Wat ook veranderde: ik heb mijn werkschoenen vervangen door een paar met een ruimere teenbox, niet omdat het moest maar omdat ik de drukplek nu zelf voel als ik de oude paar tien minuten draag. Ik heb twee paar binnen-pantoffels gekocht die ik afwisselend draag, in plaats van één paar dat in een week zwaar werd belast.

En ik kijk eens per week, meestal op zondagochtend, bewust naar de bovenkant en onderkant van mijn voeten, vijf seconden, om te zien of er iets nieuws is. Wat niet veranderde: ik gebruik geen voetbad meer dan eens per maand, ik koop geen dure producten, ik volg geen ritueel.

Het is allemaal heel klein gebleven.

Drie maanden later

Inmiddels ben ik twee keer terug geweest, met acht weken tussen elk bezoek. Het tweede en derde bezoek waren beide korter dan het eerste, ongeveer veertig minuten in plaats van vijftig, omdat er simpelweg minder te doen was.

De pedicure merkte op dat de hielen zachter waren geworden en dat de nagels nu in een goed ritme zaten.

Bij het derde bezoek waren de hardere plekken die ze de eerste keer had benoemd zo goed als verdwenen. Dat is dus wat de combinatie van professionele behandeling en thuis-routine in drie maanden doet voor iemand die ervoor dertig jaar niets deed.

Wat me niet veranderd lijkt is mijn lichaam zelf. Mijn voeten zijn niet wonderbaarlijk weer als die van een twintigjarige.

De kleine teen die scheef staat, staat nog steeds scheef, dat is een mechanisch gegeven dat een pedicure niet kan terugdraaien. Mijn rechterhiel doet bij heel lange dagen nog steeds wat aan; vermoedelijk een afgevlakt hielkussen dat hoort bij mijn leeftijd.

Maar de bouw van klachten daarbovenop, eelt, droogte, scheve nagelhoeken, verkleuringen, die hele laag is grotendeels weg, en die laag bleek verantwoordelijk voor verreweg het meeste ongemak.

Wat ik anderen zou zeggen

Als ik iemand spreek die nog nooit naar een pedicure is geweest, en dat zijn er meer dan ik vooraf dacht, probeer ik vooral één ding over te brengen: de drempel is in je hoofd groter dan in de werkelijkheid. Mijn vader is bijna tachtig en heeft nog nooit een pedicure bezocht.

Een paar collega's van mijn leeftijd hebben er nog nooit aan gedacht. Een kennis vertelde me dat haar man het al jaren uitstelt om dezelfde reden die ik zelf had.

Wat al deze mensen gemeenschappelijk hebben is dat ze het bezoek in hun hoofd hebben omgevormd tot iets gevoeligs of beschamends, terwijl het in werkelijkheid de meest nuchtere afspraak van je week kan zijn.

Wat ik ze zou zeggen, en wat ik zelf nodig had gehad om te horen: het is geen bekentenis dat je iets niet aankunt. Het is geen wellness-uitje dat je verdient.

Het is geen verzorging waar je je voor schaamt. Het is, om de woorden van die huisarts te lenen, gewoon onderhoud.

Een paar keer per jaar, een uur in totaal, kosten op het niveau van een lunch met twee personen.

Iedereen die zijn auto naar de garage brengt voor de jaarlijkse beurt zonder daar emotionele lading aan te geven kan dezelfde nuchterheid toepassen op de twee voeten waar die hele auto al hun leven omheen draait.

Wat ik anders zou doen

Als ik dat eerste bezoek opnieuw zou mogen doen, zou ik twee dingen anders aanpakken. Ten eerste zou ik eerder zijn gegaan, niet als verwijt aan mijn jongere zelf, maar omdat ik nu pas zie hoeveel kleine ergernissen ik jarenlang als 'normaal' heb gefilterd.

Een hielkloof elke winter?

Normaal. Een teen die zeurde bij wandelschoenen?

Normaal. Nagels die vrijwel altijd net iets te lang of net iets te kort waren?

Normaal. Geen van die dingen was werkelijk normaal; ze waren overbruggingen voor zorg die ik niet pleegde.

Ten tweede zou ik bij dat eerste bezoek niet hebben geprobeerd zo nuchter mogelijk te doen. Ik herinner me dat ik bewust geen vragen stelde omdat ik wilde overkomen alsof ik wist wat me te wachten stond.

Dat was zonde.

Achteraf had ik veel meer kunnen leren als ik direct had gevraagd waarom ze bepaalde instrumenten gebruikte, of dat verkleuringsstreepje opgevolgd moest worden, hoe ze die schoenadvies-conclusie trok.

Pedicures zijn vrijwel altijd bereid uit te leggen wat ze doen en waarom; je hoeft geen show op te voeren van ervarenheid om respect te krijgen. De relatie is in dat opzicht vergelijkbaar met die met een goede huisarts of tandarts: hoe eerlijker je bent, hoe gerichter het werk wordt.

Wat een goede pedicure echt anders maakt

Wat ik nu beter zie dan ervoor is wat een goede pedicure onderscheidt van een matige. Het zit niet in het interieur, niet in de muziek, niet in de extra's.

Het zit in vier dingen die je vaak pas waardeert als je weet waarop te letten. Ten eerste: een grondige anamnese.

Een pedicure die in tien minuten je achtergrond, klachten en gewoontes uitvraagt voor ze begint, behandelt geen voeten, die behandelt een mens met voeten.

Ten tweede: rustige, gecontroleerde uitvoering zonder haast. Niemand hoeft je voeten in twintig minuten af te raffelen.

Ten derde: uitleg tijdens het werk, in mensentaal, zonder belerend te worden.

Ten vierde: een nazorgadvies dat klein en haalbaar is. Een pedicure die je naar huis stuurt met een lijstje van veertien producten en een gedetailleerd ritueel doet dat vaak om commerciële redenen of uit gewoonte, maar het werkt niet.

Een pedicure die je vier of vijf concrete dingen meegeeft die je morgen kunt doen, en die je twee of drie maanden later weer ziet om bij te sturen, bouwt iets duurzaams.

Wat dat duurzame is: niet eeuwig gladde voeten of een belofte van jeugd. Wel een lichaamsdeel dat weer meedoet in plaats van afzonderlijk geleefd te worden, en dat eerlijk de signalen geeft die het altijd al gaf, alleen nu naar iemand die er aandacht aan besteedt.

Het laatste wat ik kan toevoegen is iets persoonlijks dat door deze ervaring is gaan schuiven. Ik heb mijn hele leven volgehouden dat ik "niet zo'n verzorgingstype" ben, alsof zelfzorg een karaktertrek is in plaats van een gewoonte.

Achteraf was dat een excuus, en geen erg eervol excuus, om iets te laten liggen dat geen enkele moeite kostte als ik er eenmaal aan begon.

Mijn voeten waren niet de enige plek waar ik die houding op toepaste, maar het waren wel de plek waar het meest kostbare aan zelfveronachtzaming zat: dragend werk, elke dag, dat ik gewoon liet gebeuren. Nu zijn ze gewoon weer onderdeel van het lichaam dat ik bewoon.

Dat is een heel kleine verschuiving, maar voor mij voelt het als een belangrijke. En het kostte uiteindelijk niets meer dan één telefoongesprek dat ik dertig jaar te laat heb gevoerd.

Veelgestelde vragen

Alles wat je wil weten.

Schaamt iedereen zich tijdens een eerste pedicure?+

Bijna iedereen die ik er sindsdien over heb gesproken bevestigde wat ik zelf voelde: een mengeling van ongemak en de verwachting dat de pedicure binnensmonds zou schrikken. In werkelijkheid zien pedicures elke dag voeten in elke staat, dikke nagels, eelt, kloven, schimmel, ingegroeide hoeken, en behandelen ze dat als normaal werk, niet als iets waar je je over zou moeten verantwoorden. Mijn behandelaar zei letterlijk dat ze in al haar jaren nog nooit een paar voeten had gezien waar ze stil van werd. Die opmerking ontspande me onmiddellijk. De schaamte zit vrijwel altijd bij de klant, nooit bij de pedicure.

Hoe vaak ga je nu?+

Ik ga sinds dat eerste bezoek iedere acht weken, en dat ritme is bevallen. Vaker leek me overdreven gezien hoe weinig er nu nog te doen is per bezoek; minder vaak merk ik dat de hielen weer iets ruwer worden en de nagels te ver aangroeien om met een gewone kniptang aan te kunnen. Voor mensen met diabetes, vaatklachten of structureel eelt is zes weken vaak realistischer. Ik betaal nu ongeveer 37 euro per bezoek, dus reken op zo'n 220 tot 240 euro op jaarbasis. Dat is goedkoper dan één set zomerschoenen die ik volgens dezelfde pedicure overigens beter had kunnen laten staan.

Was het opvallend duur?+

Het eerste bezoek kostte 45 euro voor een uitgebreid kennismakingsconsult van vijftig minuten. Voor wie nooit aan zijn voeten besteedt voelt dat als veel; voor wie het vergelijkt met een knipbeurt, een eenmalige fysiosessie of een tankbeurt is het redelijk. Daarna zit ik op 37 euro per onderhoudsbezoek van zo'n veertig minuten. Wat me opviel is dat de prijs zelden het beslissende punt is, mensen wachten niet omdat het te duur is, ze wachten omdat ze het bezoek psychologisch uitstellen. De financiële drempel is voor de meeste vijftigplussers in Nederland kleiner dan ze zichzelf wijsmaken.

Heb je ook iets thuis veranderd?+

Ja, eigenlijk meer dan ik vooraf had verwacht. Ik smeer nu elke avond een dunne laag voetcrème met tien procent ureum, ik droog tussen mijn tenen af in plaats van mijn voeten als één blok met de handdoek af te slaan, en ik knip mijn nagels recht in plaats van rond. Daarnaast loop ik in huis niet meer op kapotte pantoffels met een platgelopen voering en heb ik mijn werkschoenen vervangen door een paar met een ruimere teenbox. Dat zijn samen geen heroïsche veranderingen, maar het verschil tussen wat mijn voeten er drie jaar geleden voor moesten doorstaan en wat ze nu krijgen is dag en nacht.

Wanneer is iemand "te ver" voor pedicure?+

Te ver bestaat in de praktijk niet. Wat wel bestaat: situaties waarbij een gewone pedicure je doorverwijst naar een medisch pedicure of een podotherapeut. Bij diabetes, reuma, ernstige vaatklachten of slecht genezende wondjes hoort die extra expertise erbij. Mijn pedicure vertelde dat ze regelmatig mensen behandelt die hun voeten dertig of veertig jaar lang nauwelijks hebben verzorgd; geen daarvan was een hopeloos geval. Wat wel hopeloos is, is wachten tot een klacht zo ver is opgelopen dat er echt iets stuk is, een ontsteking, een ingegroeide nagel met pus, een schimmel die uit de hand loopt. Tot die punten zit je nooit te ver weg om alsnog langs te gaan.

Lees ook

Verder in de kennisbank.

Alle artikelen →