De vraag "hoe vaak moet ik per week trainen?" krijgt op fora en in fitnessapps elke dag honderden verschillende antwoorden. Influencers prijzen vijf of zes sessies aan, sportprogramma's op de bank van de fysio adviseren één keer, en je collega zweert bij elke dag een uurtje.

Wie heeft gelijk?

Het korte antwoord: de meeste mensen halen uit twee tot drie krachtsessies per week meer dan tachtig procent van het maximaal haalbare resultaat.

Dat is geen mening, dat komt uit meta-analyses van meerdere tientallen studies. In dit artikel zetten we op een rij wat onderzoek zegt over frequentie, hoe je het inpast in een drukke week, wanneer een vierde of vijfde sessie loont en wanneer juist averechts werkt.

Geen hype, geen extreme protocollen, wel realistische schema's die zonder fanatisme tot zichtbare progressie leiden.

In het kort: Twee tot drie krachtsessies per week is voor zo'n 80% van de mensen de sweet spot, beginners profiteren maximaal van twee full-body trainingen, gevorderden vaak van drie tot vier. Wat telt is wekelijks volume per spiergroep (ongeveer 10–20 effectieve sets) en herstel van 48 uur tussen sessies voor dezelfde spier. Zes of zeven dagen kracht zonder periodisering levert vrijwel altijd minder op dan vier dagen met goed herstel. Voeg lichte cardio toe op tussendagen voor hart- en vaatgezondheid, en luister naar harde signalen zoals slecht slapen of dalende prestaties.

Het korte advies

Als je vandaag begint en weinig zin hebt om eerst dertien minuten te lezen: train twee tot drie keer per week kracht, elke sessie ongeveer 45 tot 75 minuten, met focus op samengestelde oefeningen zoals squat, deadlift, bankdruk, roeibeweging en overhead press. Houd minstens 48 uur tussen sessies waarin je dezelfde spiergroep opnieuw belast.

Voeg dagelijks 20 tot 30 minuten wandelen of een paar keer per week 20 minuten rustige cardio toe.

Eet voldoende eiwit (1,6 tot 2,2 gram per kilogram lichaamsgewicht), slaap zeven tot negen uur en zorg dat je in de meeste weken de oefeningen iets zwaarder maakt of een herhaling extra doet. Dat is, samengevat, het hele advies.

De rest van het artikel legt uit waarom, hoe je het inpast, en wanneer je af mag wijken.

Waarom 2–3 keer per week de sweet spot is

Het lichaam reageert op een trainingsprikkel met een verhoogde eiwitsynthese, het proces waarmee spieren herstellen en groeien. Bij beginners en gemiddeld getrainde mensen blijft die verhoogde synthese 24 tot 48 uur na de sessie actief, daarna keert hij terug naar baseline.

Train je dezelfde spiergroep daarna pas weer een week later, dan zit je vijf tot zes dagen buiten dat actieve venster. Logisch dat een tweede prikkel binnen de week meer rendement geeft dan een eenmalige sessie.

Tegelijkertijd heeft het lichaam herstel nodig. De spiervezels die je beschadigt tijdens een zware set hebben tussen de 36 en 72 uur nodig om volledig te herstellen, afhankelijk van de spier, het volume en je trainingservaring.

Train je een spier opnieuw voor hij hersteld is, dan stapelt de schade zich op en daalt de prestatie.

Twee tot drie sessies per week, met goede verdeling, past precies tussen deze twee biologische realiteiten in: vaak genoeg om de eiwitsynthese meerdere keren op te wekken, ver genoeg uit elkaar om herstel te respecteren.

Dat is waarom vrijwel elke beginnersprogramma in de wetenschappelijke literatuur (Starting Strength, StrongLifts, GZCLP, 5/3/1 voor beginners) op deze frequentie wordt opgebouwd.

Wat meta-analyses zeggen over frequentie

De belangrijkste recente meta-analyse op dit onderwerp is die van Brad Schoenfeld en collega's (Sports Medicine, 2016 en geüpdatet in 2019), die data uit tientallen frequentiestudies samenbracht. De conclusie: wanneer het wekelijkse volume per spiergroep gelijk is, levert tweemaal trainen per week meer hypertrofie op dan eenmaal.

Het verschil tussen tweemaal en driemaal per week is kleiner en vaak statistisch niet significant, vooral als het volume gelijk blijft. Anders gezegd: het maakt minder uit of je twaalf sets borst in twee of in drie sessies verdeelt, als die twaalf sets er maar staan.

Voor kracht (in plaats van puur spiergroei) zien de meta-analyses een vergelijkbaar patroon, maar met een licht voordeel voor hogere frequentie bij gevorderden.

Een Noorse studie uit 2019 op getrainde lifters liet zien dat zesmaal per week trainen iets meer krachtwinst gaf dan driemaal, maar met een fors verschil in tijdsinvestering en een veel kleiner verschil in spiergroei.

Voor wie progressie wil zonder van zijn leven een tweede baan te maken, is de praktijkconclusie helder: twee tot drie sessies per week vangen het overgrote deel van de winst af. De extra winst van vier, vijf of zes sessies is reëel maar marginaal, en alleen relevant als alle andere variabelen (voeding, slaap, programma) al optimaal zijn.

Beginner: 2–3 keer per week is genoeg

Voor wie minder dan een jaar serieus traint, is de boodschap eenvoudig: meer dan drie sessies per week is meestal verspilde moeite. Beginners hebben twee voordelen die ze met gevorderden niet delen.

Ten eerste reageert het lichaam veel sterker op elke prikkel, een fenomeen dat "novice gains" heet.

Eenvoudige programma's met 2–3 full-body sessies per week leveren in het eerste jaar gemiddeld tussen 5 en 8 kilogram spiermassa op bij mannen, en 2 tot 4 kilogram bij vrouwen. Dat haal je niet sneller binnen door meer te trainen; je haalt het juist makkelijker binnen door consequent te blijven trainen.

Ten tweede is het zenuwstelsel van een beginner nog niet ingespeeld op zware belasting. Twee tot drie keer per week een full-body sessie geeft het zenuwstelsel ruim de tijd om bewegingspatronen in te slijten, squatten, deadliften, drukken, zonder dat technische fouten zich vermenigvuldigen.

Wie als beginner vijf keer per week traint, accumuleert die fouten vaak juist sneller en raakt eerder geblesseerd.

Een typisch beginnersweekschema: maandag full-body A, woensdag full-body B, vrijdag full-body A (volgende week omgekeerd). Dat is alles.

Twaalf maanden lang. Daarna evalueer je of meer frequentie zin heeft.

Gevorderden: 3–4 keer per week

Naarmate je trainingservaring groeit, neemt het volume dat je per spiergroep nodig hebt om vooruitgang te boeken toe. Een gemiddelde beginner heeft genoeg aan 10 effectieve sets per spiergroep per week; een gevorderde heeft vaak 15 tot 20 sets nodig voor verdere groei.

Dat hogere volume past zelden meer comfortabel in twee sessies, een full-body sessie van twee uur met 20 sets per spiergroep is praktisch onuitvoerbaar. Vandaar dat veel gevorderden naar drie of vier sessies per week schuiven, vaak in een upper/lower of push/pull/legs verdeling.

Het voordeel van vier sessies: je kunt elke spiergroep twee keer per week trainen met aanvaardbaar volume per sessie, en je houdt voldoende rustdagen voor herstel. Vier dagen kracht plus twee dagen lichte cardio plus één volledige rustdag is voor de meeste werkende volwassenen het maximaal duurzame schema.

Wie verder wil, vijf of zes sessies, moet bewuster periodiseren: lichte en zware sessies afwisselen, deload-weken inplannen, slaap bewaken.

Anders stagneert de progressie ondanks de extra tijd. Voor de overgrote meerderheid van recreatieve sporters is drie tot vier sessies per week het optimum tussen progressie en levenskwaliteit.

Splitschema: wat het is en wanneer het loont

Een splitschema verdeelt je trainingen over meerdere dagen waarbij je per sessie een specifiek deel van het lichaam traint.

De drie meest gebruikte indelingen zijn de upper/lower split (bovenlichaam de ene dag, onderlichaam de andere), de push/pull/legs split (duwbewegingen zoals bankdruk en schouderdruk; trekbewegingen zoals roeien en pull-ups; benen apart), en de bro-split (één spiergroep per dag, klassiek maandag borst, dinsdag rug, woensdag benen, etc.).

Splitschema's lonen wanneer je per spiergroep zoveel volume kwijt wilt dat een full-body sessie te lang of te zwaar wordt. Voor wie drie keer per week traint, werkt push/pull/legs prima, elke spiergroep krijgt één gerichte sessie per week, en als je dat zes dagen wil doen verdubbel je simpelweg het schema.

Voor wie vier keer per week traint, is upper/lower vaak ideaal omdat elke spiergroep dan tweemaal aan bod komt.

De bro-split (één spier per dag, vijf à zes dagen) heeft pas zin bij echt hoge volume-tolerantie en jaren ervaring; voor beginners en gemiddeld getrainden is hij minder efficiënt omdat elke spier maar één keer per week prikkel krijgt.

Full body versus split

De keuze tussen full-body en split is geen kwestie van "welke is beter" maar van "welke past bij jouw frequentie". Een full-body sessie traint alle grote spiergroepen in één training, meestal met één of twee oefeningen per groep.

Het voordeel: bij 2–3 sessies per week krijgt elke spier 2–3 keer per week prikkel, exact wat onderzoek als optimaal aanwijst.

Het nadeel: per sessie wordt het volume per spier beperkt door tijd en vermoeidheid; rond de 8–10 sets per spier per sessie is praktisch het maximum.

Een split traint per sessie minder spiergroepen, maar met meer volume per groep. Bij vier dagen upper/lower krijgt bovenlichaam tweemaal per week 16–20 sets verdeeld over de twee sessies, meer volume dan in een full-body schema haalbaar is.

Voor beginners die nog niet zoveel volume nodig hebben werkt full-body beter; voor gevorderden die meer volume aankunnen werkt een split beter.

Een nuttige vuistregel: bij twee tot drie sessies per week kies je full-body, vanaf vier sessies kies je een upper/lower of push/pull/legs split. Wisselen tussen periodes (drie maanden full-body, drie maanden split) houdt het programma fris en stimuleert nieuwe aanpassingen.

Herstel tussen sessies

Herstel is geen passieve toestand maar het moment waarop de aanpassingen aan training daadwerkelijk plaatsvinden. Train je een spier opnieuw voordat hij hersteld is, dan stapelt vermoeidheid zich op en daalt de prestatie binnen enkele weken.

De drie hoofdfactoren in herstel zijn slaap, voeding en tijd tussen sessies van dezelfde spiergroep.

Slaap: zeven tot negen uur per nacht is voor sporters geen luxe maar noodzaak. Eén nacht van vijf uur slaap halveert de eiwitsynthese tijdelijk en verhoogt cortisol, beide tegenwerken aan progressie.

Voeding: minimaal 1,6 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht is voor wie kracht traint de wetenschappelijke ondergrens; 2,0 tot 2,2 gram is bij actief afvallen of intensief trainen vaak verstandiger. Verdeel over drie tot vier maaltijden per dag.

Tijd tussen sessies: voor de meeste spiergroepen is 48 uur voldoende, voor grotere zoals benen of rug soms 72 uur.

Wie maandag zwaar squat, doet er goed aan om woensdag of donderdag de tweede leg-sessie pas in te plannen. Andere herstelhulpmiddelen, sauna, koudwaterbaden, foam rollen, hebben aantoonbare maar bescheiden effecten.

Slaap en voeding doen verreweg het meeste werk.

Hoe vaak cardio toevoegen?

Cardio en krachttraining lijken op het eerste gezicht concurrenten, en in extreme gevallen zijn ze dat ook, het zogenoemde "interference effect". Maar voor de meeste recreatieve sporters speelt dat effect een kleinere rol dan vaak gedacht.

Lage tot matige intensiteit cardio (zone 2: tempo waarop je nog kunt praten) tot ongeveer 150 minuten per week heeft geen aantoonbaar negatief effect op spiergroei mits voeding en slaap op orde zijn. Sterker nog: het verbetert herstel, hart- en vaatgezondheid, en bevordert vetverbranding zonder spiermassa aan te tasten.

Praktische verdeling: twee tot drie keer per week 20 tot 40 minuten cardio op de niet-krachtdagen, of na een lichte krachttraining. Vermijd zware intervaltraining op de dag van een been-sessie of de avond ervoor; de overlap met krachttraining is dan het grootst.

Wandelen telt mee: 7.000 tot 10.000 stappen per dag verlaagt rustpols, verbetert insulinegevoeligheid en stimuleert herstel.

Voor wie afvalt loont vaker cardio, voor wie spier wil opbouwen is twee à drie cardiosessies per week genoeg. Trainen voor een halve marathon plus serieus krachttraining is mogelijk, maar vraagt om afstemming en realistisch verwachtingenmanagement op beide vlakken.

Signalen van over-training

Echte klinische over-training is bij recreatieve sporters zeldzaam, het komt vooral voor bij topsporters in eindfases van wedstrijdvoorbereiding. Wat veel vaker voorkomt is over-reaching: een tijdelijke staat waarin de belasting de capaciteit te lang overstijgt en het herstel achterloopt.

Onbehandeld glijdt over-reaching langzaam af richting echte over-training. De vroege signalen om in de gaten te houden zijn herkenbaar.

  • Rustpols die meerdere dagen achtereen vijf of meer slagen hoger ligt dan normaal.
  • Slaap die ondanks vermoeidheid moeilijk op gang komt of vaak onderbroken raakt.
  • Prikkelbaarheid, korter lontje, verlies van trainingsplezier.
  • Prestaties die twee tot drie weken achter elkaar dalen op vaste oefeningen.
  • Kleine blessures die zich opstapelen of langer aanhouden dan normaal.
  • Aanhoudende spierpijn die niet meer wegtrekt voor de volgende sessie.
  • Bij vrouwen: cyclusverandering, uitblijven van menstruatie.
  • Bij mannen: lager libido, lagere ochtendtestosteron-signalen.
  • Verhoogde gevoeligheid voor verkoudheid en virusinfecties.

Eén of twee van deze signalen na een zware week is normaal. Drie of meer signalen drie weken op rij is een duidelijk teken om in te grijpen.

De aanpak is meestal eenvoudig: een week met de helft van het volume (een "deload"), extra slaap, hogere caloriestand, twee tot drie dagen geen training.

De meeste recreatieve sporters herstellen daarmee binnen tien tot veertien dagen volledig. Negeren van de signalen leidt tot grotere klachten en soms maandenlange terugval.

Weekend versus doordeweeks plannen

Voor wie naast trainen werkt en sociale verplichtingen heeft, is plannen vaak belangrijker dan frequentie. De ideale week op papier is niet de ideale week in de praktijk als hij voortdurend in conflict komt met werkmeetings of vrijdagavondetentjes.

Drie principes maken een schema duurzaam.

Ten eerste: leg de zwaarste sessies op dagen waarop je het meeste energie hebt, voor de meeste werkenden zijn dat maandag, woensdag en zaterdag.

Ten tweede: plan rond vaste verplichtingen, niet andersom. Sport beweegt naar de schema-onmogelijkheid, niet de andere kant op.

Ten derde: kies een trainingstijd die je 80% van de weken volhoudt, niet 100% in een perfecte week.

Een veelgebruikte vierdaagse setup voor werkenden: maandag upper, dinsdag lower, donderdag upper, zaterdag lower. Dat respecteert herstel, laat woensdag en vrijdag vrij voor cardio of rust, en biedt de zaterdag-sessie als "buffer": als je doordeweeks een dag mist, kun je nog steeds drie van de vier sessies halen.

Voor wie weekenden te vol vindt: maandag-dinsdag-donderdag-vrijdag werkt ook.

Het belangrijkste is dat het schema overleeft in een gemiddelde week, niet een perfecte vakantieweek. Een schema dat tien weken achter elkaar drie van de vier sessies haalt is altijd beter dan een schema dat twee weken vier van de vier sessies haalt en daarna instort.

Waarom 6–7 dagen vaak averechts werkt

Op sociale media zijn schema's van zes of zeven dagen kracht populair. Voor de zeldzame ervaren atleet met perfecte voeding en slaap kan dat werken; voor de meeste recreatieve sporters is het een recept voor stagnatie.

De redenen zijn meervoudig. Ten eerste: de eiwitsynthese kan niet eindeloos opgevoerd worden.

Voorbij een bepaald wekelijks volume, meestal ergens rond 20 sets per spiergroep per week, levert extra volume nauwelijks extra groei op en wél extra herstellast. Ten tweede: training is een vorm van stress die het centrale zenuwstelsel belast.

Zonder volledige rustdag heeft het zenuwstelsel geen window om te resetten.

Ten derde: zes of zeven dagen trainen botst onvermijdelijk met andere herstelfactoren. Slaap wordt korter omdat je vroeger moet, voeding wordt gehaast omdat de tijd ontbreekt, sociale verplichtingen worden opgeofferd waardoor stress oploopt.

Het netto-effect is meestal: meer tijdsinvestering, minder progressie, hogere blessurekans.

Wie het toch wil proberen: deel sessies licht en zwaar in (bijvoorbeeld twee zware krachtsessies, drie lichte volumesessies, één technische sessie en één mobiliteitssessie), bouw automatische deload-weken in elke vier weken, en monitor objectief, pols, slaap, prestaties.

Voor de meeste mensen levert het schrappen van een of twee sessies meer resultaat op dan het toevoegen ervan.

Wat te doen in drukke weken

Drukke weken horen bij het leven, een deadline, een ziek kind, een verhuizing. De vraag is niet of ze komen, maar hoe je trainingsroutine ze overleeft.

Twee fundamentele principes maken het verschil. Ten eerste: maak van "minder" niet "niets".

Een week waarin je één korte sessie van 25 minuten doet, is oneindig veel beter dan een week zonder. De fysieke prikkel houdt momentum vast, en, minstens zo belangrijk, de gewoonte blijft intact.

Ten tweede: prioriteer samengestelde oefeningen. Als je tien sets hebt voor de hele week, geef die uit aan squats, deadlifts, drukken en roeien.

Isolatie-oefeningen voor biceps en kuiten kunnen wachten.

Een concreet noodprotocol voor drukke weken: twee sessies van 30 minuten met elk vier oefeningen, drie sets per oefening, geen rustpauzes langer dan twee minuten. Sessie A: squat, bankdruk, roeien, plank.

Sessie B: deadlift, overhead press, pull-up of lat-pulldown, hangleg raise. Klaar.

Dat is twee uur per week kracht voor het hele lichaam en dekt 70% van wat een ideale week zou doen.

Combineer met dagelijks tien minuten wandelen tussen werkmeetings, en je houdt fysieke conditie comfortabel in stand. Drukke weken verloren?

Niet. Zwakke weken?

Misschien. Volgende week vullen we het normale schema weer aan.

Blessure en frequentie

Een blessure verandert het frequentievraagstuk fundamenteel. De eerste regel: stop niet met trainen, train alleen anders.

Volledige rust van het hele lichaam is bij de meeste blessures contraproductief, de niet-geblesseerde delen verliezen onnodig kracht, en zelfs het geblesseerde deel herstelt vaak beter met gedoseerde belasting dan met volledige inactiviteit.

De praktische regel: wat je pijnloos kunt doen, mag je doen. Met een lichte schouderklacht train je benen en core normaal door; met een lichte rugklacht zoek je oefeningen die de rug niet axiaal belasten.

Frequentie blijft tijdens revalidatie vaak hetzelfde, maar de inhoud verschuift. In plaats van vier zware sessies doe je vier lichtere sessies waarin je gericht werkt aan herstel, mobiliteit en behoud van trainingsstand op niet-geblesseerde delen.

Twee of drie keer per week tien à vijftien minuten gericht oefenwerk op de blessurezone (volgens advies van fysio of arts), gecombineerd met normale training elders, geeft meestal het snelste herstel.

Wat je zeker niet wil: zes weken op de bank, daarna gefrustreerd terug naar de sportschool en opnieuw beginnen. Train tijdens herstel slimmer, niet harder, niet stiller.

Hardnekkige mythes

Rond trainingsfrequentie circuleren een paar hardnekkige overtuigingen die het tegenovergestelde zijn van wat onderzoek laat zien. De eerste mythe: "je moet elke dag trainen om vooruit te komen".

Onjuist, herstel is waar groei plaatsvindt, niet de training zelf.

De tweede: "een spier moet helemaal hersteld zijn voor je hem opnieuw traint, dus één keer per week per spier is ideaal".

Onjuist, de eiwitsynthese is na 24–48 uur al terug op baseline, en een nieuwe prikkel binnen die tijd kan zelfs gestapeld werken zonder vermoeidheidsstapeling, mits het volume passend is. De derde: "hoge frequentie is alleen voor mensen op steroïden".

Onjuist, meta-analyses tonen dat natuurlijke lifters net zo goed profiteren van twee tot vier keer per week per spiergroep.

De vierde mythe: "cardio en kracht gaan niet samen". Onjuist, lage tot matige intensiteit cardio tot 150 minuten per week is gunstig voor herstel, hart en vaten, en heeft nauwelijks negatieve invloed op spiergroei.

De vijfde: "als je niet zweet, was het geen training". Onjuist, zweten meet thermoregulatie, niet trainingsefficiëntie.

Een korte, hoge-intensiteit krachttraining waarin je niet eens zweet kan effectiever zijn dan een uur HIIT waarin je triggert wordt door cortisol.

De zesde: "rustdagen zijn voor mensen zonder discipline". Onjuist, rustdagen zijn voor mensen die snappen dat aanpassing buiten de sportschool gebeurt.

Wie deze zes mythes loslaat, traint meestal effectiever, blesseert minder en haalt over een jaar gemeten meer resultaat dan iemand die zich kapot traint.

De simpele waarheid is dat trainingsfrequentie geen morele kwestie is. Meer trainen maakt je niet beter, harder werken maakt je niet sneller, langer in de sportschool blijven maakt je niet sterker, niet vanaf een bepaald punt.

Het lichaam reageert op gerichte prikkels gevolgd door gericht herstel.

Twee tot drie keer per week voor beginners, drie tot vier keer per week voor gevorderden, met passende voeding, slaap en geduld, levert in twaalf maanden meer op dan elk extreem protocol.

De kunst is niet om vaker te trainen, de kunst is om jarenlang consistent te trainen op een frequentie die je leven niet sloopt. Wie dat snapt, hoeft nooit meer een fitnessinfluencer te geloven die roept dat zes dagen per week het enige juiste antwoord is.

Voor jou en je leven is het juiste antwoord vrijwel altijd minder dramatisch, en vrijwel altijd duurzamer.

Veelgestelde vragen

Alles wat je wil weten.

Werkt 1x per week trainen ook?+

Eén keer per week kracht is voldoende om verlies van spiermassa te voorkomen en levert bij beginners zelfs nog enige groei op in de eerste maanden. Onderzoek van Schoenfeld en collega's laat zien dat het verschil met twee sessies per week wel duidelijk in het nadeel van de lage frequentie uitvalt: het volume dat je in één sessie kunt doen is beperkt, en de eiwitsynthese die training stimuleert duurt slechts 24 tot 48 uur. Met één sessie zit je dus vier tot vijf dagen per week buiten dat venster. Voor onderhoud van mobiliteit, basiskracht en gezondheid is één keer beter dan niets, maar voor zichtbare progressie in spieromvang of kracht is twee keer de minimale ondergrens. Combineer eventueel met dagelijkse wandelingen om bewegingsfrequentie hoog te houden.

Is 5x per week trainen te veel?+

Vijf sessies per week kan prima, maar alleen als je per sessie minder volume doet en de spiergroepen verdeelt over de dagen. Dat is bijvoorbeeld een upper/lower split met een extra dag, of een push/pull/legs-schema met een rustdag. Het probleem ontstaat wanneer mensen vijf zware full-body sessies stapelen of dezelfde spiergroep zonder herstel opnieuw belasten. Voor de gemiddelde recreant met een baan, gezin en sociale verplichtingen levert vijf keer per week zelden meer op dan drie of vier goed gestructureerde sessies, wel meer kans op slaaptekort, chronische stress en uiteindelijk demotivatie. Vraag jezelf: is de vijfde sessie tijd die ik anders in slaap of voeding had gestopt? Vaak is rust de betere investering.

Mag elke dag cardio + 3x kracht?+

Ja, dat is een prima combinatie als je het zorgvuldig opbouwt. Dagelijks 20–40 minuten zone-2 cardio (een tempo waarop je nog kunt praten) belast je hartslagsysteem zonder de krachttraining te ondermijnen. Onderzoek naar het zogenoemde 'interference effect' laat zien dat lage tot matige intensiteit cardio nauwelijks invloed heeft op spiergroei, mits je voldoende eet en slaapt. Wel verstandig: plan zware intervallen of lange duurlopen niet op dezelfde dag als been-training, of leg er minstens zes uur tussen. Een typische week: maandag/woensdag/vrijdag krachttraining, dinsdag/donderdag/zaterdag rustige cardio, zondag wandeling of yoga. Let op herstel: drie keer kracht plus vijf keer cardio is voor de meeste mensen het plafond.

Hoe weet ik dat ik over-train?+

Echte over-training is bij recreanten zeldzaam, maar over-reaching, een tijdelijke staat van te veel belasting met te weinig herstel, komt vaker voor. Signalen om op te letten: rustpols die meer dan vijf slagen hoger ligt dan normaal, slaap die ondanks vermoeidheid moeilijk op gang komt, prikkelbaarheid, verlies van trainingsplezier, prestaties die twee tot drie weken achter elkaar dalen, en kleine blessures die zich opstapelen. Bij vrouwen kan het zich uiten in cyclusveranderingen, bij mannen in lager libido. Eén of twee van deze signalen na een zware week is geen alarm; alle samen drie weken op rij wel. Aanpak: één tot twee weken volume halveren, slaap verlengen, eiwitinname controleren. Meestal herstelt het lichaam dan snel.

Wat is een splitschema precies?+

Een splitschema verdeelt je krachttraining over meerdere dagen waarbij je per sessie een deel van het lichaam traint. Klassiek zijn de upper/lower split (bovenlichaam op dag 1, onderlichaam op dag 2), de push/pull/legs split (duwbewegingen, trekbewegingen, benen) en de bro-split (één spiergroep per dag). Het idee: door meer tijd per spiergroep te besteden, kun je hoger volume en variëteit kwijt zonder elke sessie eindeloos lang te maken. Voor mensen die drie of vier keer per week trainen werkt upper/lower of push/pull/legs vaak het best. Een bro-split (borst maandag, rug dinsdag, etc.) heeft alleen zin bij hoge frequentie en ervaring; voor beginners is een full-body schema effectiever omdat elke spiergroep dan twee à drie keer per week prikkel krijgt.

Lees ook

Verder in de kennisbank.

Alle artikelen →