Eiwit is het macronutriënt waar de meeste verwarring over bestaat. De ene PT zegt twee gram per kilo, de ander roept dat je supplementen niet nodig hebt, de derde verkoopt je een shake bij elke transactie.

Wat zegt het onderzoek werkelijk?

Voor actieve volwassenen ligt de werkbare bandbreedte tussen 1,2 en 1,6 gram per kilo lichaamsgewicht; wie serieus krachttraint en spiermassa wil opbouwen of behouden zit eerder rond 1,6 tot 2,2 gram.

Dat is geen kleine marge, voor iemand van 75 kg betekent het verschil tussen 90 en 165 gram per dag. Dit artikel zet de cijfers, de wetenschap en de praktische verdeling op een rij, zonder shake-marketing en zonder de gebruikelijke overdrijving.

In het kort: Actieve volwassenen hebben 1,2–1,6 g eiwit per kg lichaamsgewicht per dag nodig; krachttrainenden 1,6–2,2 g/kg. Verdeel het over 3–5 momenten van 20–35 g eiwit per portie, want spier-eiwitsynthese werkt het beste in dat venster. Ouderen vanaf 50 zitten beter aan de bovenkant van hun range door anabole resistentie. Vrouwen hebben per kg dezelfde behoefte als mannen. Een shake is handig, geen must, voeding regelt het ook prima. Meer dan 2,2 g/kg geeft geen extra winst en is voor gezonde nieren ongevaarlijk tot circa 3 g/kg.

Het korte advies

Bepaal je dagelijkse eiwit door je lichaamsgewicht te vermenigvuldigen met 1,6 als je doel is om spier op te bouwen of te behouden terwijl je krachttraint. Verdeel dat getal over vier momenten op de dag: ontbijt, lunch, een eiwitrijke snack of pre-workout, en avondmaaltijd.

Mik op 25 tot 35 gram per moment.

Kies bij voorkeur volwaardige bronnen, vlees, vis, ei, kwark, peulvruchten, tofu, tempeh, en gebruik een eiwitshake alleen als je het op een drukke dag niet redt via je gewone voeding.

Drink genoeg water (eiwit-verbranding produceert iets meer afvalstoffen), eet ook voldoende koolhydraten en vetten, en vergeet groente en vezels niet. Hou het minstens acht weken consequent vol; pas dan kun je beoordelen of het werkt.

Geen shake, geen pil en geen poeder vervangen consistentie in voeding.

Eiwitbehoefte voor actieve mensen

De officiële Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid van de Gezondheidsraad ligt rond 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht, een minimum om stikstofbalans bij volledig inactieve volwassenen te garanderen. Dat getal is geen optimum maar een ondergrens.

Voor wie regelmatig sport, drie keer per week of meer, of dagelijks veel beweegt, ligt de werkbare behoefte vrijwel altijd boven de 1,2 g/kg. Bij die intake heeft je lichaam genoeg bouwstenen om spierherstel, hormoonproductie, enzymaanmaak en immuunfunctie ongehinderd te laten verlopen.

De grens tussen "actief" en "krachttrainend" is niet hard. Iemand die drie keer per week stevig wandelt, twee keer een groepsles doet en een keer hardloopt, valt in de actieve groep en zit goed op 1,2–1,4 g/kg.

Iemand die daarnaast twee keer per week kracht doet, schuift door naar 1,4–1,6 g/kg. Dat lijken kleine verschuivingen, maar voor iemand van 70 kg betekent dat ergens tussen 85 en 110 gram eiwit per dag.

Het verschil zit vooral in één extra eiwitportie van 25 gram, zoals een blokje magere kwark of een halve kipfilet, en is dus eenvoudig in te bouwen. De volgende sectie laat zien waarom krachttrainenden weer een stuk hoger zitten.

Krachttraining: 1,6 tot 2,2 g/kg

Wie minstens drie keer per week krachttraint met progressieve belasting, gewichten die langzaam zwaarder worden, of trainingen waarbij je echt naar spierfalen werkt, heeft significant meer bouwstenen nodig. Het lichaam herstelt en bouwt op na elke training, en die spier-eiwitsynthese (MPS) blijft tot 48 uur verhoogd.

In die periode is het aanbod van aminozuren in het bloed bepalend voor hoeveel nieuwe spierweefsel je daadwerkelijk kunt aanmaken. Te weinig eiwit en je traint hard zonder maximaal resultaat; voldoende eiwit en de training betaalt zich uit.

De werkbare bandbreedte voor krachtsporters ligt tussen 1,6 en 2,2 gram per kilo. Onderkant van dat bereik werkt prima voor recreatieve sporters met spierbehoud als doel; bovenkant is verstandig in een afval- of cutfase waarin je extra wilt beschermen tegen spierverlies door het calorietekort.

Voor iemand van 80 kg in een serieus krachtprogramma betekent dat 128 tot 176 gram eiwit per dag.

Dat klinkt veel, maar verdeeld over vier maaltijden is 30 tot 45 gram per moment, een goed gevulde lunch met kipfilet, kwark of bonen levert dat soepel. Bodybuilders en gevorderde lifters gaan soms naar 2,2–2,5 g/kg; daarboven verandert er volgens het onderzoek niets meer aan groei of behoud.

Wat zegt de meta-analyse?

De meest geciteerde meta-analyse over eiwitbehoefte is die van Morton en collega's uit 2018 in het British Journal of Sports Medicine. Daar werden 49 studies met in totaal 1863 deelnemers samengevat.

De conclusie was kraakhelder: eiwitsuppletie boven een gemiddelde dagelijkse intake van 1,6 g/kg per dag voegde géén meetbare spiergroei meer toe. Onder de 1,6 g/kg werd progressie wel duidelijk beperkt.

Een latere update van Tagawa et al. uit 2020 met 105 studies bevestigde het patroon, met een wat ruimer optimum tussen 1,5 en 2,2 g/kg afhankelijk van trainingsstatus en leeftijd.

Belangrijk in die literatuur is wat níet werkt zoals breed wordt geclaimd. Het "anabolic window", het idee dat je binnen 30 minuten na een training eiwit moet binnen hebben, is genuanceerd: het venster is in werkelijkheid eerder vier tot zes uur, en de totale dag-intake telt zwaarder dan timing.

BCAA-supplementen (vertakte aminozuren) geven nauwelijks extra winst bovenop voldoende compleet eiwit.

Ook claims over piek-doses van 50+ gram in één maaltijd worden meer genuanceerd in recent onderzoek: studies van Trommelen en collega's uit 2023 laten zien dat zelfs 100 gram eiwit in één maaltijd nog nuttig benut wordt, maar de marginale winst boven 30–40 gram is klein.

Ouder dan 50: behoefte gaat omhoog

Naarmate we ouder worden treedt iets op dat onderzoekers anabole resistentie noemen: het lichaam reageert minder gevoelig op een gegeven hoeveelheid eiwit, en de drempel voor spier-eiwitsynthese ligt hoger.

Een jongere van 25 prikkelt zijn synthese al goed met 20 gram eiwit; iemand van 65 heeft daar eerder 35 tot 40 gram per maaltijd voor nodig om hetzelfde effect te krijgen.

Dat is geen mening maar werd consistent aangetoond door teams als Wall, Phillips en Volpi over de afgelopen vijftien jaar.

Praktisch betekent dit dat vijftigplussers, en zeker zestig- en zeventigplussers, beter aan de bovenkant van hun range gaan zitten. Voor actieve ouderen: 1,4–1,6 g/kg.

Voor krachttrainenden boven de vijftig: 1,8–2,2 g/kg, met de nadruk op grotere porties per moment (30–40 g) in plaats van veel kleine snacks.

Sarcopenie, het leeftijdsgebonden verlies van spiermassa, kost zonder ingrijpen ongeveer 0,5 tot 1 procent spier per jaar na de vijftig.

Krachttraining plus voldoende eiwit kan dat verlies grotendeels of volledig compenseren. Het verschil tussen "ik word kwetsbaar" en "ik blijf functioneel" op je zeventigste wordt voor een groot deel bepaald door eiwit-intake en weerstandsbelasting in de tien à twintig jaar daarvoor.

Vrouwen: dezelfde behoefte per kg

Een hardnekkig misverstand is dat vrouwen aanzienlijk minder eiwit nodig hebben dan mannen. Per kilo lichaamsgewicht is de behoefte vrijwel identiek, 1,6–2,2 g/kg geldt evengoed voor een krachttrainende vrouw als voor een man.

Het absolute getal in grammen ligt lager omdat veel vrouwen minder wegen, maar de relatieve behoefte verschuift niet. Recente studies van het team rond Smith-Ryan en West uit 2023 bevestigen dit nog eens expliciet.

Wel verandert er iets rondom de menstruatiecyclus en bij de overgang. In de luteale fase (tweede helft van de cyclus) is de eiwitbehoefte iets hoger door licht verhoogde eiwitafbraak en thermogenese.

Bij de overgang en daarna versterkt het verlies aan oestrogeen de anabole resistentie, vergelijkbaar met wat mannen na hun zestigste meemaken.

Vrouwen vanaf 45–50 doen er goed aan om bewust de bovenkant van hun range op te zoeken, zeker als ze wat spiermassa willen opbouwen of behouden om botdichtheid en metabolisme te ondersteunen. De praktijk: een vrouw van 65 kg die krachttraint en haar gezondheid wil behouden, zit goed op 110 tot 130 gram eiwit per dag, verdeeld over vier maaltijden.

Verdeling over de dag

Het totaal-eiwit van de dag is belangrijk; de verdeling is bijna even belangrijk. Een dag waarin je 150 gram eiwit binnenkrijgt, maar 120 daarvan in één avondmaal en de rest in een schamel ontbijt, is suboptimaal.

Spier-eiwitsynthese is een pulserend proces: na een eiwitrijke maaltijd stijgt MPS twee tot drie uur, daalt dan weer, en kan met de volgende maaltijd opnieuw worden geprikkeld.

Tussen die pieken zit ongeveer drie tot vijf uur, dat verklaart waarom drie tot vijf eiwit-maaltijden per dag in onderzoek consistent beter scoren dan twee grote.

Een aanrader voor de meeste mensen is vier momenten: ontbijt, lunch, snack of pre-workout, avondmaaltijd. Bij elke maaltijd 25 tot 35 gram eiwit.

Wie vroeg op staat en laat naar bed gaat, kan een vijfde moment toevoegen als kwark-toetje voor het slapen, caseïne lost daar langzaam op en geeft een trage stroom aminozuren door de nacht.

Wie intermittent fasting doet kan zijn eiwit comprimeren in drie grotere maaltijden binnen het eetvenster, maar moet dan goed checken of het totaal en de portiegrootte voldoende blijven. Er is geen magische verdeling; er is wel een verdeling die voor de meeste levens praktisch werkt.

Vier eetmomenten van 20–30 g

Een eenvoudige sjabloon waar veel sporters mee uit de voeten kunnen, ziet er als volgt uit. Bij elk moment een bron van 20 tot 35 gram eiwit, aangevuld met de andere macro's en groente.

  • Ontbijt (06:30–08:30): 200 g magere kwark met havermout en fruit (28 g eiwit), of drie eieren met volkorenbrood (24 g), of een omelet met spinazie en kaas (30 g).
  • Lunch (12:00–13:30): volkorenbrood met kipfilet en hummus (25 g), of een grote salade met tonijn en bonen (32 g), of restjes van de avond ervoor (30 g).
  • Snack of pre-workout (15:30–17:00): magere kwark met noten (22 g), shake met 25 g eiwitpoeder (25 g), of een handje edamame plus een eitje (18 g).
  • Avondmaaltijd (18:00–20:00): 150 g zalm met aardappelen en groente (35 g), of tofu-roerbak met rijst en cashew (28 g), of mager rundvlees met pasta (32 g).

Dat is samen 105 tot 130 gram eiwit, voldoende voor mensen tot circa 75 kg op 1,6 g/kg. Wegen meer mensen of zit je doel hoger, schaal dan de porties op of voeg een vijfde moment toe, bijvoorbeeld 30 gram kwark voor het slapen.

De truc zit in het bewust voorbereiden van die eiwitportie.

Wie zonder plan ontbijt, lunch en snack ingaat, eindigt vaak op 60–80 gram en stopt 's avonds er nog eens 100 in. Dat werkt minder goed dan een evenwichtige verdeling van hetzelfde totaal.

Dierlijk versus plantaardig

Dierlijke eiwitten (vlees, vis, zuivel, ei) hebben een gunstig aminozuurprofiel en een hoge biologische beschikbaarheid. De DIAAS-score (Digestible Indispensable Amino Acid Score) ligt voor de meeste dierlijke producten tussen 100 en 130.

Plantaardige bronnen scoren gemiddeld lager, 60 tot 100, door een minder gunstige verhouding van essentiële aminozuren, met name leucine, lysine en methionine.

Die scores betekenen niet dat plantaardig "slecht" is; het betekent dat je per gram eiwit iets meer plantaardig moet eten om dezelfde aminozuur-respons te krijgen.

Voor mensen die zowel dierlijk als plantaardig eten, is een 60/40-mix in praktijk goed haalbaar en gezond. Vis twee keer per week (vooral vette vis voor omega-3), regelmatig peulvruchten, eieren, kwark en kip, en plantaardige opties zoals tofu, tempeh of bonen.

Wie volledig plantaardig eet, hoeft niet bang te zijn voor onvoldoende spieropbouw, mits de totaal-intake hoger ligt en bronnen gecombineerd worden.

Combineer granen met peulvruchten (rijst met bonen, brood met hummus, pasta met linzen) en sojaproducten leveren al een vrijwel compleet profiel. Eiwitpoeders op basis van soja, erwt-rijst of een mengeling zijn voor strikte vegans vaak een praktische aanvulling om het dagtotaal te halen zonder enorm veel volume te eten.

Vegan strategie voor genoeg eiwit

Een vegan voedingspatroon kan prima genoeg eiwit leveren, maar vraagt iets meer planning dan een omnivoor patroon. Drie principes maken het verschil.

Eén: zit aan de bovenkant van je range, voor een krachtsporter eerder 1,8–2,0 g/kg dan 1,6.

Twee: combineer eiwitbronnen in dezelfde dag zodat het aminozuurprofiel compleet is; je hoeft dat niet per maaltijd te doen, op dagniveau is voldoende. Drie: maak ruimte voor de "dense" plantaardige bronnen die per gewicht of volume relatief veel eiwit leveren.

Praktisch zijn dat sojaproducten (tofu, tempeh, edamame, sojayoghurt, sojamelk), peulvruchten (linzen, kikkererwten, bonen), seitan voor wie tarwe verdraagt, noten en zaden in beperkte porties (calorisch dicht), en plantaardig eiwitpoeder voor wie het laatste stukje moet aanvullen.

Een vegan-dag van 100 gram eiwit zou er ongeveer zo uitzien: havermout met sojamelk en plantaardig eiwitpoeder (30 g), volkoren wrap met hummus en tempeh (28 g), een handje edamame en een sojayoghurt (15 g), tofu-curry met linzen en bruine rijst (30 g).

Vergeet vitamine B12 niet (suppleren is standaard bij vegans) en check ijzer en omega-3 bij langer aanhouden van het patroon. Eiwit zelf is met deze opzet geen knelpunt.

Is een eiwitshake nodig?

Het korte antwoord: nee, een shake is nooit strikt noodzakelijk. Het langere antwoord: een shake is in veel praktische situaties een handig stuk gereedschap.

Wat een shake doet is twintig tot dertig gram eiwit leveren in een vloeibare vorm die snel klaar is, gemakkelijk mee te nemen en goedkoop per gram eiwit.

Wat een shake niet doet is iets magisch wat reguliere voeding niet ook kan. Een kipfilet, blik tonijn, bakje kwark of portie bonen geeft hetzelfde resultaat, en levert er bovendien micronutriënten, vezels en verzadiging bij.

Een shake is verstandig wanneer je dagelijkse totaal lastig haalbaar is met gewone voeding (bijvoorbeeld 180 gram eiwit voor iemand van 90 kg in een drukke werkweek), wanneer je vlak voor of na een training iets snels nodig hebt zonder volle maag, of wanneer je een vegan dieet volgt waar wat extra eiwitdichtheid welkom is.

Onnodig is hij wanneer marketing je gelooft te maken dat een shake "beter werkt" dan voeding, of wanneer je de shake gebruikt als excuus om je voeding overal te laten staan. De praktische vuistregel: gebruik een shake hooguit één à twee keer per dag als hulpmiddel, en haal de rest uit echte maaltijden.

Whey, caseïne of plantaardig

De drie meest gebruikte categorieën eiwitpoeder verschillen in opname, aminozuurprofiel en gebruiksmoment. Whey-eiwit komt uit melk, lost snel op, wordt binnen 30 tot 60 minuten benut, en heeft een hoog gehalte aan leucine, het aminozuur dat MPS direct prikkelt.

Whey-isolaat heeft meer eiwit per scoop (90–95%) en minder lactose dan whey-concentraat (75–80%).

Goed voor rond een training en als snelle aanvulling. Caseïne komt ook uit melk maar stolt in de maag en lost langzaam op, met aminozuren die over zes tot acht uur worden vrijgegeven.

Goed voor 's avonds voor het slapen of als verzadigend tussendoortje.

Plantaardige eiwitten uit soja, erwt, rijst, hennep of een mengeling zijn voor vegans en mensen met zuivelintolerantie de keuze. Soja-isolaat heeft het beste aminozuurprofiel en is goed onderzocht; erwt-rijst-mix is een goede tweede keus en heeft een neutralere smaak.

Per scoop levert plantaardig vaak iets minder eiwit (20–25 g) dan whey-isolaat (24–28 g).

Belangrijk bij elke keuze: kijk naar het etiket en het percentage eiwit per 100 gram (minimaal 70%, liefst 80% of meer); bekijk de ingrediëntenlijst op rare zoetstoffen of vulmiddelen; en proef voordat je een grote pot koopt, een poeder dat je niet drinkt is geen poeder dat werkt.

Voor, tijdens en na de training

Timing rond de training is genuanceerder dan de "anabolic window"-marketing suggereert, maar wel relevant. Voor de training (1 à 3 uur ervoor): een eiwitrijke maaltijd met wat koolhydraten, zoals kwark met havermout, een wrap met kip of een rijstmaaltijd met tofu.

Geen volle maag, een fissel mag, maar geen tweepersoonsportie. Tijdens de training: voor de meeste mensen niets nodig.

Voor sessies langer dan negentig minuten of dubbele trainingen op een dag kan een eenvoudige sportdrank met wat koolhydraten zinvol zijn; eiwit tijdens de training is voor het overgrote deel van recreatieve trainers niet nodig.

Na de training (binnen 1 à 2 uur): een maaltijd of shake met 25 tot 40 gram eiwit en koolhydraten. Niet omdat het venster anders sluit, maar omdat je toch zou eten en je dan een eiwitportie kunt mikken die de synthese ondersteunt.

Voor wie nuchter traint 's ochtends is een eiwitrijke maaltijd na de training extra zinvol omdat de spier-eiwitafbraak langer doorgaat in nuchtere toestand.

Voor wie laat in de avond traint en daarna gaat slapen, is een portie caseïne, bijvoorbeeld 250 g magere kwark of een caseïne-shake, een logische manier om de aminozuurstroom door de nacht te verlengen. Dat alles weegt minder zwaar dan de totale dag-intake; ben je daar goed in, dan is timing fine-tuning, geen make-or-break.

Lijst eiwitrijke voeding

Een praktisch overzicht van veelgebruikte bronnen met eiwit per 100 gram (rauw of gaar zoals aangegeven). Hiermee wordt het rekenen op een doordeweekse dag eenvoudiger.

  • Kipfilet (gaar): 31 g eiwit / 100 g, magere, neutrale standaardbron.
  • Rundvlees mager (gaar): 28 g, biefstuk, mager gehakt, runderlap.
  • Zalm (gaar): 25 g, plus omega-3 vetzuren.
  • Tonijn in water (blik): 26 g, snelle lunchoptie.
  • Eieren (1 stuk): 6 g, twee eieren = ontbijt-portie van 12 g, met drie eieren erbij omhoog.
  • Magere kwark: 11 g, bakje 250 g levert circa 28 g eiwit.
  • Hüttenkäse: 12 g, vergelijkbaar met kwark, andere textuur.
  • Skyr: 11 g, soortgelijk aan kwark.
  • Griekse yoghurt 0%: 10 g, handige basis.
  • Tofu (stevig): 14 g, plantaardige standaard.
  • Tempeh: 19 g, gefermenteerde soja, hogere dichtheid.
  • Edamame (gaar): 11 g, als snack of in salade.
  • Linzen (gaar): 9 g, plus vezels en ijzer.
  • Kikkererwten (gaar): 8 g, basis voor hummus en curry's.
  • Zwarte bonen (gaar): 8 g, veelzijdig.
  • Seitan: 25 g, tarwe-gluten, hoge eiwitdichtheid.
  • Eiwitpoeder (per scoop 30 g): 22–25 g, whey, plantaardig of caseïne.
  • Kaas 30+ (per 30 g plak): 8 g, let op verzadigd vet.
  • Volkoren brood (per snee): 3–4 g, beperkt maar telt mee.
  • Havermout (per 50 g droog): 6 g, goed met kwark of melk.
  • Amandelen (handje 30 g): 6 g, let op calorieën.

Mythes over eiwit

Een paar hardnekkige verhalen over eiwit zijn de moeite waard om te ontkrachten, omdat ze mensen onnodig sturen naar duurdere keuzes of irreële verwachtingen.

  • "Je kunt maar 30 gram eiwit per keer opnemen." Niet waar. Onderzoek van Trommelen (2023) toont aan dat zelfs 100 gram eiwit in één maaltijd nog effectief wordt benut, alleen met een afnemende meerwaarde. Voor MPS is 30–40 gram per maaltijd optimaal, maar 'wat erboven zit' is niet verloren.
  • "Eiwit slecht voor je nieren." Geen bewijs bij gezonde nieren tot circa 3 g/kg. Bij bestaande nierziekte ligt het anders en is medisch advies leidend.
  • "Vrouwen mogen geen 1,8 g/kg eiwit." Onzin. Vrouwen hebben per kg dezelfde behoefte, en hogere intake leidt niet tot 'te gespierd worden', daarvoor heb je jaren progressieve krachttraining nodig.
  • "Plantaardig kan niet genoeg eiwit leveren." Onjuist; met iets hogere totaalintake en goede combinaties is plantaardig gelijkwaardig in resultaat.
  • "Het anabole venster sluit na 30 minuten." Het venster is eerder vier tot zes uur breed, en totale dag-intake is veel belangrijker dan exacte timing.
  • "BCAA's zijn essentieel." Niet als je voldoende compleet eiwit binnenkrijgt. BCAA-supplementen leveren dan vrijwel niets extra.
  • "Eiwit maakt dik." Eiwit heeft het hoogste verzadigend vermogen van alle macro's en de hoogste thermisch effect (TEF, 20–30%). In de praktijk helpt het juist bij gewichtsbehoud of -verlies.
  • "Shakes zijn beter dan voeding." Tegendeel: voeding is meestal beter door extra micronutriënten en verzadiging. Shake is hulpmiddel, geen upgrade.

De rode draad bij al deze mythes is dezelfde: marketing rond eiwit overdrijft graag het verschil tussen "goed" en "perfect", en gebruikt angst of wonderbeloften om je naar duurdere keuzes te leiden.

De echte basis is saai en effectief: voldoende totaal-eiwit, redelijk verdeeld over de dag, uit een mix van bronnen die bij jouw eetpatroon past, gecombineerd met serieuze training.

Wie dat acht tot twaalf weken consequent volhoudt, krijgt resultaten waar geen supplement aan tippen kan. Een goede personal trainer rekent dit met je door, helpt je het in te bouwen in je leven, en houdt je bij de les wanneer het comfortabel wordt om er weer van af te wijken.

Eiwit is geen wondermiddel, maar het is wel het meest onderschatte stuk gereedschap dat de meeste sporters in handen hebben, en het meest betaalbaar te organiseren.

Veelgestelde vragen

Alles wat je wil weten.

Werkt teveel eiwit averechts?+

Boven de ongeveer 2,2 g per kg lichaamsgewicht per dag is er voor de meeste sporters geen extra winst meer in spieropbouw, dat is wat de grote meta-analyses van Morton en Schoenfeld consequent laten zien. Averechts werken doet het niet snel, maar je verdringt wel andere belangrijke macro's als je elke dag 3 g/kg eet: minder ruimte voor koolhydraten die je trainingen voeden, en minder ruimte voor de vezels en groenten die je darmen graag zien. Op de lange termijn rapporteren sommige mensen wel maag- en darmklachten of een vol gevoel. Voor gezonde nieren is er geen bewezen risico tot zeker 3 g/kg. De praktische conclusie: meer dan 2 g/kg is zelden nodig, en boven 2,2 g/kg betaal je vooral voor duurdere boodschappen.

Hoeveel gram eiwit heb ik nu precies nodig?+

Vermenigvuldig je lichaamsgewicht in kilo's met een getal dat bij je doel past. Niet sporten en gezond blijven: 0,8–1,0 g/kg. Recreatief sporten of veel wandelen: 1,2–1,4 g/kg. Drie of meer keer per week krachttraining met spiergroei als doel: 1,6–2,0 g/kg. In een afvalfase met behoud van spiermassa: 1,8–2,2 g/kg, omdat je dan extra wilt beschermen tegen spierverlies. Een voorbeeld: 75 kg, drie keer per week krachttraining, doel spiergroei → 75 × 1,8 = 135 g eiwit per dag. Dat is goed verdeeld 4 × 30–35 g over de dag. Liever bovenkant van je range dan onderkant; eiwit is het macronutriënt waarin je het minst snel teveel zit.

Mag ik veel eiwit eten bij nierproblemen?+

Bij gezonde nieren is er geen bewezen schade tot ongeveer 3 g/kg per dag, dat is herhaaldelijk onderzocht bij sporters en bodybuilders en de filtratie blijft binnen normale grenzen. Bij bestaande nierziekte (chronische nierinsufficiëntie, gediagnosticeerd door huisarts of nefroloog) ligt het anders: dan wordt vaak juist een eiwit-beperkter dieet voorgeschreven, meestal rond 0,6–0,8 g/kg, om de werkdruk op de nieren te verlagen. Heb je een verhoogd risico (diabetes type 2, hoge bloeddruk, een familielid met nierziekte), laat dan eerst je nierfunctie bepalen via een eenvoudig bloedonderzoek voor je structureel boven 1,6 g/kg gaat zitten. Geen reden tot angst, wel reden voor zekerheid.

Welke eiwitshake is het beste?+

De beste shake is de shake die je daadwerkelijk drinkt en die je portie eiwit op een drukke dag dichtbij krijgt. Voor pure spieropbouw is whey-isolaat marginaal de winnaar omdat het snel opneembaar en compleet is in essentiële aminozuren, met circa 22–25 g eiwit per scoop van 30 g. Caseïne is langzamer en handiger voor 's avonds of als tussendoortje. Voor vegans is een mix van erwten- en rijst-eiwit het meest compleet qua aminozuurprofiel; soja-isolaat is ook prima en goed onderzocht. Belangrijk is het kleine lettertje: kijk naar eiwit per 100 g (minimaal 70%), niet naar marketingclaims. Smaak en oplosbaarheid bepalen of je hem blijft drinken, onbeperkt budget hoef je niet uit te geven.

Bouw ik even goed spier op met plantaardig eiwit?+

Ja, mits je iets meer eet en je bronnen combineert. Plantaardige eiwitten hebben gemiddeld een iets lager DIAAS-aminozuurprofiel dan dierlijke, vooral voor leucine, het aminozuur dat spier-eiwitsynthese direct aanjaagt. Compenseren is eenvoudig: zit aan de bovenkant van je range (richting 2,0 g/kg in plaats van 1,6) en combineer peulvruchten, granen, sojaproducten en noten in dezelfde dag. Onderzoek van de afgelopen vijf jaar, onder andere van Hevia-Larraín en van het Monteyne-team, laat zien dat goed opgezette plantaardige diëten bij krachttraining gelijkwaardige spiergroei geven. Een schepje plantaardig eiwitpoeder per dag is in een vegan dieet vaak praktisch onmisbaar om de getallen te halen.

Lees ook

Verder in de kennisbank.

Alle artikelen →