Eenzaamheid is in Nederland geen klein randverschijnsel. Ongeveer één op de drie mensen van 75 jaar en ouder voelt zich matig of sterk eenzaam, en dat aantal is sinds corona niet meer teruggezakt naar het oude niveau.

Achter dat cijfer schuilt zelden een dramatisch verhaal, vaker is het een geleidelijke vermindering: een partner valt weg, de kinderen wonen verder, de oude collega's zijn er niet meer, en op een dag merk je dat de hele week voorbijgaat zonder dat iemand je echt heeft gezien.

Stoelyoga lost dat niet op met één toverdoos. Maar een vaste wekelijkse groep, geleid door een rustige docent, in een buurthuis dat je kent, voegt iets toe wat veel andere oplossingen niet hebben: voorspelbaarheid, lichaamsbeweging en lichte structuur, drie factoren die uit onderzoek herhaaldelijk naar voren komen als bouwstenen tegen vereenzaming.

Dit artikel legt uit waarom dat werkt, hoe je begint, en wat je realistisch kunt verwachten.

In het kort: Eenzaamheid raakt circa 33% van de 75-plussers in Nederland. Een vaste wekelijkse stoelyoga-groep biedt drie bewezen helpende factoren tegelijk: regelmatige fysieke ontmoeting met dezelfde mensen, lichaamsbeweging die het lichaam ontspant en stemming verbetert, en lichte structuur in een week die anders leeg kan voelen. De koffie of thee na afloop is geen bijzaak, die is vaak het stuk dat het verschil maakt. Welzijnsorganisaties, huisartsen via Welzijn op Recept en buurtcentra kunnen helpen bij de eerste stap. Online is een aanvulling, geen vervanging.

Het korte beeld

Iemand die zich eenzaam voelt heeft niet één ding nodig, maar een combinatie van kleine dingen die elkaar versterken. Wekelijks ergens verwacht worden.

Een lichaam dat na een uur beweging zachter aanvoelt. Een gezicht dat je herkent als je binnenkomt.

Een vraag die verder gaat dan "hoe is het". En de stille opluchting dat de woensdagochtend al weer een ankerpunt heeft.

Stoelyoga in een vaste groep verzamelt die elementen in één afspraak. Het is geen wondermiddel, het lost niet alles op, en niet iedereen vindt direct aansluiting.

Maar voor veel senioren, vooral degenen die hun mobiliteit zien afnemen en met enige schroom aankijken tegen drukke activiteiten, is het een van de meest haalbare en meest blijvende manieren om weer ritme en gezelschap in de week te brengen.

Eenzaamheid in cijfers: Nederland

Het Centraal Bureau voor de Statistiek en het RIVM publiceren al jaren cijfers over eenzaamheid in Nederland, en de lijnen lopen in dezelfde richting. Onder 75-plussers voelt circa een derde zich matig of sterk eenzaam; onder mensen van 85 jaar en ouder loopt dat op tot ongeveer veertig procent.

In de leeftijdsgroep van 65 tot 74 jaar is het lager, maar nog altijd ongeveer een kwart.

Sinds 2020 zijn die cijfers structureel hoger dan in de jaren ervoor, de coronaperiode versterkte patronen die ook daarvoor al zichtbaar waren, zoals minder grote gezinnen, langer doorwerken op afstand en geleidelijk uitdunnen van de vriendenkring.

Belangrijk is dat eenzaamheid niet hetzelfde is als alleen wonen. Mensen met een partner kunnen zich diep eenzaam voelen, vooral als de partner door dementie of ziekte minder bereikbaar is geworden.

Tegelijk leven veel mensen plezierig en sociaal in een eenpersoonshuishouden. Wat tellen is het aantal contactmomenten dat als betekenisvol wordt ervaren, niet de bewonerssamenstelling.

Onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau wijzen uit dat één regelmatige groepsactiviteit per week, een koor, een wandelclub, een yoga- of gymgroep, een meetbaar effect heeft op het beleefde gevoel van eenzaamheid bij senioren.

Dat is een opmerkelijk laag drempel-effect, en het ondersteunt precies waarom een wekelijkse stoelyoga-groep zo veel verschil kan maken.

Drie factoren die echt helpen

Uit verschillende reviews, onder andere van het Trimbos-instituut, het RIVM en internationaal in de Cochrane-bibliotheek, komen drie elementen telkens terug als interventies waarvan bewezen is dat ze eenzaamheid bij ouderen verminderen. Niet als oplossing, maar wel als bouwstenen die samen iets veranderen.

  • Regelmatige fysieke ontmoeting met steeds dezelfde mensen. Niet een eenmalige bingo-middag, maar een vaste kring die week op week terugkomt.
  • Lichaamsbeweging in groepsverband. Beweging op zichzelf verbetert stemming; bewegen mét anderen voegt daar een sociaal element aan toe.
  • Lichte structuur en zinvolle bezigheid. Een afspraak op een vaste dag geeft de week een vorm waar je naartoe kunt leven.

Een wekelijkse stoelyoga-groep combineert alle drie. Een ouderwetse kaartclub vinkt twee van de drie aan en kan ook prima werken; een digitale ontmoetingsapp doet er hooguit één.

Dat verklaart waarom welzijnsorganisaties bewegingsgroepen, wandelen, gymnastiek, dansen, stoelyoga, steeds vaker centraal stellen in hun aanpak van eenzaamheid bij senioren. Het is geen toeval dat juist dit type activiteit aanslaat: het werkt op meerdere lagen tegelijk.

Voorspelbaarheid: waarom het werkt

Een wekelijkse groep biedt voorspelbaarheid, en dat is een onderschatte luxe. Wie zich eenzaam voelt, durft vaak niet meer spontaan een afspraak voor te stellen, uit angst voor afwijzing, of omdat de wereld kleiner is geworden en initiatief energie kost.

Een vaste groepsafspraak vraagt geen onderhandelen, geen plannen, geen risico.

De woensdagochtend van 10 tot 11 is wat hij is. Je hoeft niemand te bellen, geen agenda te trekken, geen voorzichtige opening te zoeken in een gesprek.

Je gaat erheen, je hoort erbij, en je gaat naar huis.

Die voorspelbaarheid werkt ook andersom. De mensen in de groep weten dat jij komt, en zien het als jij er niet bent.

Voor wie weinig contacten heeft is dat, soms voor het eerst sinds maanden, het gevoel dat iemand op je let. Niet uit zorgen, niet uit medelijden, maar gewoon omdat je hoort bij die woensdaggroep.

Docenten van seniorengroepen merken het vaak op: een gemiste les leidt geregeld tot een telefoontje van een ander uit de groep met de vraag "was alles goed?". Dat is precies het zachte sociale weefsel waar onderzoek het over heeft als beschermend tegen eenzaamheid en zelfs tegen vroege achteruitgang.

Een vaste groep wordt vertrouwd

De eerste les voelt vreemd. De tweede al iets minder.

Vanaf de derde of vierde week begin je gezichten te herkennen, en weet je waar mevrouw V. altijd zit, en dat meneer K.

graag links bij het raam staat.

Het kost dus geen halve eeuw om een groep vertrouwd te laten worden, een ritme van wekelijks aanwezig zijn doet dat werk vanzelf, mits de samenstelling van de groep stabiel is.

Goede stoelyoga-docenten houden hun groepen daarom kleinschalig (acht tot vijftien mensen) en zorgen voor continuïteit door niet elke week wisselende invallers in te schakelen.

In een vertrouwde groep ontstaat ook iets wat in losse activiteiten lastig groeit: rolverdelingen en kleine onderlinge zorg. De ene mevrouw helpt de andere even haar jas aan; de meneer met de fiets brengt de auto van de mevrouw zonder rijbewijs in gedachten in beeld; iemand bedenkt voor de jarige een kleine attentie.

Dat is geen geforceerde gezelligheid, het ontstaat omdat mensen zich aan elkaar gaan hechten via het wekelijkse contact. Voor wie thuis weinig anderen ziet is dat een vorm van menselijkheid die meer doet dan een uur beweging op zichzelf ooit kan.

Lichte aanraking is toegestaan

Een ondergewaardeerd element van stoelyoga in groepsverband is dat lichte aanraking, door de docent, en in sommige groepsvormen ook tussen deelnemers, een vanzelfsprekend onderdeel kan zijn.

Een hand op de schouder ter ondersteuning, een coach die de positie van een arm of nek voorzichtig corrigeert, of een ontspanningsoefening waarbij je elkaars rug zacht aftikt.

Wie alleen woont, vooral na het verlies van een partner, kan langere periodes geen huid van een ander aanraken of door een ander aangeraakt worden. Onderzoek toont dat aanraking, ook in heel kleine doses, meetbare effecten heeft op stress, slaap en stemming.

Goede docenten vragen altijd vooraf om toestemming en stellen aanraking nooit verplicht. Je mag in elke les nee zeggen, zonder uitleg, en de groep is daar zo gewend aan dat het geen issue is.

Maar voor wie open staat is het een waardevol element. Spreek het bij intake gerust uit als iets wat je verwelkomt, of juist als iets waar je nu nog moeite mee hebt.

Een rustige docent past zich daar moeiteloos op aan en zorgt dat je je veilig blijft voelen vanaf het eerste moment.

De koffie na de les

Vraag deelnemers van een seniorengroep wat hen het meest aan de wekelijkse stoelyoga bindt, en het antwoord is verrassend vaak niet de oefeningen zelf maar de koffie of thee daarna. Dat halfuurtje in een hoek van het buurthuis, met een koekje en wat anderen mee hebben gebracht, is het stukje waar de echte gesprekken plaatsvinden.

Hoe is het echt met je dochter; was de uitslag van het bloedonderzoek goed; weet je nog dat we vroeger… Het soort gesprek dat in een drukke vergadering nooit zou plaatsvinden, ontstaat in de kalme nasleep van een uur samen ademen en bewegen.

Goede aanbieders weten dit en plannen die koffie niet als optie maar als onderdeel van het wekelijkse ritme. Soms zit het bij de prijs in (een paar euro extra per maand), soms loopt iedereen na de les naar dezelfde tafel zonder dat er iets formeel over staat. Als je een groep kiest, vraag ernaar: "Is er na afloop iets om samen te zijn?"

Een groep die alleen het uur les biedt en dan iedereen weer naar buiten stuurt mist een van de belangrijkste sociaal-helpende elementen. Een groep die ruimte maakt voor verbinding na afloop heeft het hele plaatje door.

Wat zegt onderzoek?

Het bewijs voor stoelyoga specifiek als interventie tegen eenzaamheid is nog jong, maar het bredere onderzoek naar groepsbewegingsactiviteiten bij senioren is robuust. Een review van Park en collega's (2017) onderzocht stoelyoga bij oudere volwassenen en vond significante verbeteringen in stemming en welzijn naast fysieke effecten.

Een grotere meta-analyse van Sivaramakrishnan en collega's (2019) bevestigde dat ook.

Wat in die studies herhaaldelijk opvalt is dat het effect groter is wanneer mensen in groepen oefenen dan wanneer ze hetzelfde programma thuis doen via een video, sterk teken dat het sociale aspect zelf bijdraagt.

Op breder vlak laat het onderzoek van het Trimbos-instituut zien dat "collectieve laagdrempelige bewegingsactiviteiten" bij senioren goed scoren op zowel fysieke uitkomstmaten (balans, kracht, mobiliteit) als psychosociale (stemming, eenzaamheidsbeleving, sociaal isolement).

Het effect is bescheiden, geen toveroplossing, maar consistent, en versterkt over tijd.

Wie een paar weken meedoet ziet weinig, wie zes maanden meedoet ziet duidelijke verandering, wie twee jaar meedoet ziet een levenspatroon dat hechter is geworden. De boodschap voor wie net begint: geef het tijd.

Onderzoek geeft je gelijk dat dit langzaam werkt, en juist daardoor blijft het werken.

Buurtcentrum of yogastudio?

Een vaak gestelde vraag: kun je beter naar het buurthuis om de hoek of naar een echte yogastudio? Beide kunnen prima, maar ze verschillen wezenlijk in karakter.

Een buurtcentrum is laagdrempeliger, vaak goedkoper (5 tot 8 euro per les of een goedkoop maandtarief), aangenaam onaangedaan in sfeer en draait om de buurt zelf.

De groepen zijn typisch gemengder van leeftijd en achtergrond, en de kans dat je je buurvrouw of de man van twee straten verderop tegenkomt is groot.

Voor wie eenzaamheid wil verlichten is dat een belangrijk pluspunt, een sociaal contact in de wijk is praktisch waardevol als je later eens een boodschap nodig hebt.

Een yogastudio biedt meer stilte, vaak een meer toegewijde sfeer, kleinere groepen en docenten met diepere yoga-achtergrond. De prijs ligt hoger (12 tot 20 euro per les) en de sfeer is wat formeler.

Voor wie naast eenzaamheidsverlichting ook serieuze beweging zoekt, kan een studio prettiger zijn.

De meeste mensen die eenzaamheid willen aanpakken beginnen bij het buurtcentrum, het is dichterbij, goedkoper, en de groep voelt eerder aan als "mensen zoals ik". Mocht je later willen verdiepen, dan kun je daarnaast of in plaats van overstappen naar een studio.

Begin met laagdrempelig.

De drempel van die eerste keer

De moeilijkste les is de eerste. Daarna kost het elke week aanzienlijk minder energie om te gaan.

Wie maandenlang geen activiteit buitenshuis heeft gedaan, kan de eerste stap voelen als een kleine berg.

Een paar dingen die helpen om die berg lager te maken: bel vooraf met de docent of de organisator en stel je vragen, over de groep, over wat je aan moet, over de toegankelijkheid.

Zo'n gesprek van vijf minuten haalt veel onbekendheid weg. Vraag of je een keer mag komen kijken zonder mee te doen, vrijwel alle docenten staan dat toe.

Spreek af dat je in elk geval drie keer gaat voordat je oordeelt; één keer is te weinig om de groep te leren kennen.

Voor de allereerste keer: laat iemand met je meegaan tot aan de deur, een kind, een buurman, een vrijwilliger van het sociaal werk. Niet om mee te doen, maar gewoon om je tot drempel te begeleiden.

Eenmaal binnen werkt het bijna altijd.

Mensen in seniorengroepen zijn meestal vriendelijk en doen actief moeite om nieuwkomers welkom te laten voelen; ze weten uit ervaring hoe hoog die eerste drempel is.

Wie de drempel eenmaal heeft genomen, vertelt na een paar weken vaak: "Ik snap niet meer waar ik zo tegen opzag." Die zin hoort bij de beste delen van dit type traject.

Hoe een mantelzorger kan helpen

Ben je kind, partner of vriend van iemand die je eenzaam ziet worden, dan voel je vaak machteloosheid. Goedbedoelde adviezen worden zelden uitgevoerd: "Je moet eens onder de mensen!" werkt vrijwel nooit.

Wat wel werkt is praktische hulp die de drempel verlaagt zonder iemand het gevoel te geven dat hij of zij gerepareerd wordt. Bel zelf de welzijnsorganisatie en vraag welke groepen er zijn.

Vraag of er een meeloop-buddy is. Bied aan om de eerste keer mee te gaan tot aan het buurthuis, niet om mee te doen, maar om de auto te parkeren en hem of haar tot de deur te brengen.

Belangrijk: vermijd het frame "je moet". Een uitnodiging werkt beter dan een advies.

"Ik las laatst iets over een stoelyoga-groep om de hoek, zullen we eens samen gaan kijken?" opent een deur. "Je zou eens moeten gaan, het is niet goed dat je hier maar alleen zit" sluit een deur.

Geef ook ruimte om het niet te willen: als de eerste week niet bevalt, dwing dan geen tweede.

Maar bied wel een paar weken later opnieuw aan, met een net iets ander accent (een andere groep, een ander tijdstip). Veel mensen zeggen drie keer nee voordat ze ja zeggen, dat is geen weerstand maar voorzichtigheid.

Eenmaal binnen blijven ze vaak jaren.

Online of fysiek bij eenzaamheid?

Online stoelyoga via Zoom of YouTube is een fantastische uitkomst voor mensen die door mobiliteit, ziekte of geografie geen fysieke groep kunnen bereiken. Het brengt beweging in huis, het geeft je een stem en een aanwezigheid om naar te volgen, en het geeft ritme aan een dag.

Voor de pure fysieke effecten, soepelheid, ademritme, ontspanning, werkt het goed.

Voor het bestrijden van eenzaamheid is het effect echter beperkter. Een stem op het scherm is geen vervanging voor een persoon in de ruimte, en de toevallige praatjes voor en na de les ontbreken.

De beste mix voor wie deels thuis blijft is een combinatie: enkele dagen per week een online les volgen (eventueel met een vaste belrondje of beeldbel-koffie achteraf met een ander uit het zelfde programma), aangevuld met minimaal één of twee keer per maand fysieke aanwezigheid in een buurtgroep.

Sommige zorginstellingen organiseren dit hybride model expliciet, vaste online-deelnemers worden eens per maand opgehaald voor een gezamenlijke fysieke ochtend.

Vraag je welzijnsorganisatie of er zoiets in jouw buurt is. Als dat ontbreekt, kun je het vaak zelf voorstellen, veel docenten staan open voor een hybride opzet als er vraag naar is.

Eenzaamheid signaleren

Eenzaamheid wordt zelden hardop uitgesproken. Mensen schamen zich er vaak voor, of vinden dat ze geen recht hebben op klagen omdat anderen het zwaarder hebben.

Voor wie zelf eenzaam is helpt het soms om eerlijk tegen jezelf te zijn: een week zonder echt gesprek, een avond met de TV als enige geluid, de vraag aan jezelf wanneer je voor het laatst voor iemand mee-uitkeek, dat zijn signalen die je serieus mag nemen.

Eenzaamheid is geen karakterfout en geen luxeprobleem; het is een van de meest voorkomende ervaringen na de zeventig en het is normaal om er iets aan willen doen.

Voor familieleden en kennissen: signalen om op te letten zijn een afnemend aantal verhalen over anderen, een fysieke verwaarlozing die niet bij iemand past, weinig nieuw nieuws in gesprekken, een telefoon die nauwelijks gaat, een verminderde interesse in tv-programma's of de krant.

Combineer signalen, één ervan op zich zegt weinig. Begin niet met een diagnose maar met een uitnodiging: vraag of iemand met je mee gaat naar een proefles, een buurtcafé of een wandeling.

Aanbieden werkt; voorschrijven niet. En weet dat de welzijnsorganisaties in elke Nederlandse gemeente actief zijn, Welzijn op Recept via de huisarts, MEE, lokale buurtwerkers, en dat ze precies weten welke groepen openstaan voor nieuwe leden.

Samen met de welzijnsorganisatie

De Nederlandse welzijnsorganisaties hebben de afgelopen jaren stevig geïnvesteerd in laagdrempelige bewegingsactiviteiten voor senioren, juist omdat het effect op eenzaamheid zo goed gedocumenteerd is. Een telefoontje naar het lokale buurthuis, de Stichting Welzijn of de gemeente leidt vrijwel altijd tot een overzicht van actieve groepen in jouw wijk.

Veel gemeentes bieden voor mensen met laag inkomen een meedoenregeling die het lesgeld vergoedt, soms in zijn geheel.

Welzijn op Recept, een groeiend initiatief waarbij huisartsen mensen doorverwijzen naar sociaal-maatschappelijke activiteiten in plaats van direct naar medicatie, werkt expliciet ook met stoelyoga en bewegingsgroepen als interventie.

Een bezoek aan de welzijnsorganisatie is gratis, kost meestal hooguit een uur, en levert in de regel meerdere concrete suggesties op met namen, adressen, tijden en soms zelfs een contactpersoon binnen de groep die je opvangt. Voor wie zelf moeite heeft de stap te zetten kan de sociaal werker bovendien meedenken over vervoer of een vrijwilligers-meelopper.

Schaam je er niet voor om hulp te vragen, dit is precies het werk waarvoor deze organisaties bestaan, en de medewerkers ervaren elke aanmelding als een goed teken, niet als een probleem.

Vier mythes ontkracht

  • "Stoelyoga is voor mensen met dementie of in een verpleeghuis." Niet waar. Stoelyoga is voor iedereen die liever zittend dan staand oefent, om welke reden dan ook. Veel deelnemers zijn fysiek prima in orde maar hebben gewoon plezier in de zachte vorm.
  • "Ik moet eerst fit zijn voordat ik aan stoelyoga begin." Tegenovergesteld. Stoelyoga is juist ontworpen voor wie nog niet fit is. Je begint waar je staat, letterlijk en figuurlijk. Niemand verwacht prestaties van je.
  • "Een groep is niets voor mij, ik ben te introvert." Stoelyoga-groepen zijn opvallend rustig. Het is geen sociale club met druk gesprek; het is een uur waarin gepraat tussendoor minimaal is en de docent het tempo bepaalt. Voor introverte mensen vaak makkelijker dan een gewone gezelligheidsclub.
  • "Online is net zo goed als fysiek." Voor pure beweging klopt dat ongeveer. Voor het bestrijden van eenzaamheid is fysiek aanwezig zijn significant beter. De stilte voor en na de les, de blikken, het kopje koffie, dat zijn de stukken die online ontbreken.

Eenzaamheid laat zich niet wegtrainen in één activiteit, en dit artikel pretendeert dat niet. Maar in een lange lijst van mogelijke ingrediënten staat een vaste wekelijkse stoelyoga-groep verrassend hoog.

Het combineert in één uur drie van de meest bewezen helpende factoren: lichaamsbeweging, regelmatige fysieke ontmoeting en lichte structuur in een week die anders te leeg kan voelen.

De koffie achteraf maakt het compleet. De drempel om er voor het eerst heen te gaan is reëel, dat verzwijgen we niet, maar wordt kleiner met elke week, en wordt meestal binnen een paar maanden vervangen door iets wat veel beter voelt: ergens horen, iemand zijn die op woensdagochtend wordt verwacht, een lichaam dat met aandacht is behandeld.

Voor een derde van de Nederlandse senioren die zich nu te vaak alleen voelt, kan dat het ongedwongen begin zijn van iets wat lang meegaat. En dat is de moeite ruimschoots waard.

Veelgestelde vragen

Alles wat je wil weten.

Welk gevoel heb ik na die eerste les?+

De meeste mensen vertellen na een eerste stoelyoga-les drie dingen: een aangenaam vermoeide ontspanning in het lichaam, een lichte verbazing dat de tijd zo snel ging, en een verrassend warm gevoel over een gesprekje dat ze niet hadden verwacht. Sommigen voelen na afloop iets emotioneels, een traan of een onverwachte herinnering, omdat het lichaam langer iets vasthield dan ze beseften. Dat is normaal en geen reden om weg te blijven. Wat vrijwel niemand zegt: ik heb spijt dat ik kwam. Wel zeggen veel mensen dat ze de tweede keer veel makkelijker over de drempel stappen. Geef het minstens drie lessen voordat je oordeelt, dan voelt de groep al een beetje vertrouwd.

Kan ik dit samen met mijn partner doen?+

Ja, samen naar stoelyoga gaan is voor veel stellen een fijn ritme, vooral als één van beiden minder mobiel is geworden. Je deelt iets tastbaars, je krijgt allebei tijd voor je eigen lichaam en je hebt een gespreksonderwerp dat verder gaat dan de boodschappen en de pillen. Wel een aandachtspunt: spreek vooraf af dat je elkaars oefeningen niet corrigeert tijdens de les. Dat is het werk van de docent, en commentaar van een geliefde komt soms harder aan dan bedoeld. Voor stellen waarin één partner gezelschap niet zoekt en de ander juist wel kan een paar weken samen proberen prettiger zijn, waarna jullie ieder de eigen route kiezen.

Ben ik niet te oud om nu nog vrienden te maken?+

Onderzoek wijst het tegendeel uit: vriendschappen na de zestig of zeventig ontstaan vaak sneller en met minder ballast dan op jongere leeftijd. Mensen in deze fase hebben minder tijd te verspillen aan oppervlakkige beleefdheden en zoeken eerder echte ontmoeting. Wat verandert is het tempo, vriendschappen worden niet meer in een paar weken gevormd zoals op school, maar in maanden van regelmatig contact. Een vaste wekelijkse stoelyoga-groep is exact zo'n structuur: voorspelbaar contact zonder de druk om in één keer een vriend te "zijn". Veel mensen ontdekken na een half jaar dat ze iemand uit de groep ook buiten de les zijn gaan zien, en dat dat verrassend natuurlijk ging.

Hoe kan de welzijnsorganisatie helpen?+

Welzijnsorganisaties zoals MEE, Welzijn op Recept of de lokale stichting Welzijn doen meer dan veel mensen weten. Ze kennen de stoelyoga-aanbieders in jouw wijk, weten welke groepen openstaan voor nieuwe leden, en kunnen in veel gevallen een meeloop-buddy regelen die je de eerste keer ophaalt en mee gaat. Soms vergoeden ze ook (een deel van) het lesgeld bij een laag inkomen, via persoonsgebonden minimabudget of de gemeentelijke meedoenregeling. Bel gewoon je gemeente of buurthuis en vraag naar het sociaal werk. Geen lange formulieren nodig, een telefoongesprek van twintig minuten is meestal genoeg om iets te starten. Een huisarts of POH-ouderen kan dit ook in gang zetten via Welzijn op Recept.

Werkt online stoelyoga ook tegen eenzaamheid?+

Een beetje, maar minder dan fysiek. Online stoelyoga geeft beweging, structuur en de stem van een docent, dat is op zichzelf waardevol, vooral als je niet meer goed kunt reizen. Wat het niet biedt is de fysieke ruimte met andere mensen erin, de toevallige glimlach, de praatjes na de les. Voor pure beweging is online prima; voor verlichting van eenzaamheid werkt het wel kort, maar niet als enige aanpak. De beste mix voor wie moeilijk de deur uit kan is één online les per week thuis plus één keer per maand fysiek meedoen met een groep in een buurthuis. Combineer waar mogelijk een online les met een belrondje of beeldbel-koffie achteraf, anders blijft het puur lichamelijk.

Lees ook

Verder in de kennisbank.

Alle artikelen →