De multivitamine is misschien wel het meest verkochte supplement ter wereld: één pil, dertig ingrediënten, dekt "alle basisbehoeften". In Nederland heeft naar schatting bijna een derde van de volwassenen er ooit een doosje van gehad.

Toch is de wetenschappelijke onderbouwing een stuk minder vanzelfsprekend dan de marketing doet vermoeden.

Grote langjarige studies vonden geen invloed op hartziekte of kanker, en het cognitieve effect dat in 2022 in een goede trial naar voren kwam was klein en omstreden.

Voor sommige groepen, ouderen met verminderde opname, veganisten, zwangeren, is een multi wel degelijk verstandig, of zelfs noodzakelijk. Voor een doorsnee gezonde volwassene met gevarieerd dieet is hij vooral een dure gewoonte.

Dit artikel haalt de wetenschap uit elkaar, benoemt wie wel en wie niet baat heeft, en helpt je een onderbouwde keuze maken in plaats van mee te gaan in de reclame.

In het kort: Multivitamines hebben in grote studies (PHS II, VITAL, COSMOS-Mind) geen aantoonbaar effect op hartziekte of kanker, en hooguit een klein cognitief effect bij ouderen. Voor gezonde volwassenen met gevarieerd dieet zijn ze grotendeels overbodig. Wél zinvol: ouderen (vooral 70+), volledig plantaardig eters (vitamine B12 en mogelijk D, jodium), vrouwen met kinderwens of in vroege zwangerschap (foliumzuur). Voor de rest geldt: gericht suppleren waar tekorten zijn, niet een multi voor de zekerheid.

Het korte advies

Een multivitamine is voor de meeste gezonde Nederlandse volwassenen met een normaal voedingspatroon geen noodzaak en levert geen aantoonbare gezondheidswinst op. De grootste en langstlopende studies, Physicians' Health Study II en de COSMOS-trials, laten geen daling van hartziekte, kanker of mortaliteit zien.

Wel werd in COSMOS-Mind (2022) een klein effect op cognitieve achteruitgang gevonden bij ouderen boven de 65, vooral bij mensen met cardiovasculaire ziektegeschiedenis.

Voor specifieke groepen heeft suppleren wél zin, maar dan vrijwel altijd gericht: foliumzuur bij zwangerschapswens, vitamine B12 bij vegan voeding, vitamine D bij ouderen, donkere huid of weinig zonlicht. Een multi voor de zekerheid is geen verzekering, het is vooral een gewoonte die je iets kost en niet veel oplevert.

Wie écht wil weten of suppleren nodig is, laat bloedwaarden meten en vult dan gericht aan; dat werkt beter dan willekeurig dertig stoffen tegelijk binnenkrijgen.

Wat is een multivitamine eigenlijk?

De term "multivitamine" suggereert een product met alleen vitaminen, maar de realiteit is breder.

De meeste producten op de Nederlandse markt bevatten een combinatie van dertien essentiële vitaminen (A, B1, B2, B3, B5, B6, B7, B9, B12, C, D, E, K) plus een wisselend aantal mineralen (calcium, magnesium, zink, ijzer, jodium, seleen, koper, chroom, mangaan en soms boor, molybdeen of vanadium).

Steeds vaker worden daar "extra's" aan toegevoegd: groene thee-extract, ginseng, co-enzym Q10, luteïne, lycopeen of een vleugje kruidenmix die het product duurder en commercieel onderscheidender maakt.

De Europese wet stelt dat een supplement geen geneesmiddel-claim mag maken; multivitamines mogen dus "bijdragen aan een normale werking van het immuunsysteem" beweren, maar geen "voorkomt verkoudheid". Dat juridische plafond houdt de marketing creatief: vage formuleringen, mooie verpakkingen, vrouwen-/mannen-/50+/sport-varianten.

Onder de motorkap zijn de verschillen tussen die varianten vaak klein.

Het belangrijkste om te begrijpen is dat een multivitamine geen geneesmiddel is en niet bewezen iets te genezen, niets te voorkomen en zelfs niet noodzakelijk iets bij te dragen aan een verder gezond persoon. Of hij voor jou nut heeft hangt volledig af van wie je bent en wat je eet.

Wat zegt het onderzoek?

Het wetenschappelijke beeld van multivitamines is verrassend mager. Sinds de jaren tachtig is er een lange reeks grootschalige, gerandomiseerde studies uitgevoerd om vast te stellen of dagelijkse multivitamine-inname de kans op hartziekte, kanker, mortaliteit en cognitieve achteruitgang verlaagt.

De algemene conclusie van Cochrane-reviews, US Preventive Services Task Force-uitspraken en meta-analyses is dat dat effect in de algemene volwassen populatie afwezig of zeer klein is.

Met andere woorden: ondanks miljarden verkochte pillen blijken multivitamines op groepsniveau geen meetbare gezondheidswinst op te leveren voor mensen die verder normaal eten.

Een paar individuele studies vonden wel iets. In de Physicians' Health Study II (2012) zagen de onderzoekers een acht procent lagere kans op kanker bij mannelijke artsen die langdurig een multi gebruikten, een klein maar statistisch significant effect.

In 2022 publiceerde de COSMOS-Mind-studie een klein effect op cognitieve achteruitgang. De VITAL-studie (vitamine D plus omega-3) liet daarentegen geen effect zien op cardiovasculaire eindpunten of kanker.

Het samengevatte verhaal is dat een goedgemaakte multi bij langdurig gebruik mogelijk minuscule effecten heeft op specifieke uitkomsten in specifieke groepen, maar geen generieke wonderpil is. Voor wie het verschil wil maken tussen marketing en evidence is dat een belangrijke nuance.

Physicians' Health Study II

De Physicians' Health Study II (PHS II) is een van de grootste en best uitgevoerde studies naar het effect van multivitamines op lange termijn. Bijna 15.000 mannelijke artsen van vijftig jaar en ouder werden gevolgd over een gemiddelde periode van ruim elf jaar, willekeurig verdeeld over een dagelijkse multivitamine (Centrum Silver) of een placebo.

De primaire vraag: vermindert dagelijkse multivitamine-inname het risico op hart- en vaatziekten, kanker en sterfte?

Het resultaat was gemengd. Voor hart- en vaatziekten werd geen significant effect gevonden.

Voor totale mortaliteit werd evenmin een significant verschil gemeten. Voor kanker werd echter wel een statistisch significant maar klein effect aangetoond: de multivitamine-groep had ongeveer acht procent minder nieuwe kankerdiagnoses dan de placebo-groep.

Dat klinkt indrukwekkend, maar je moet het in context zien: het effect is klein, het ging om een specifiek mannelijk medisch professionele populatie, en latere replicatiepogingen bij vrouwen en bij jongere groepen lieten geen vergelijkbaar resultaat zien.

De PHS II is daarom een interessant signaal maar geen sluitend bewijs dat iedereen een multi nodig heeft.

Onderzoekers die de studie zelf hebben uitgevoerd waarschuwen consequent dat multivitamine geen vervanging is van gezond eten of bewegen.

COSMOS-Mind (2022)

De meest besproken recente studie is COSMOS-Mind, gepubliceerd in 2022 in Alzheimer's & Dementia. Bijna 2.300 ouderen, gemiddeld 73 jaar, werden drie jaar gevolgd na randomisatie naar een dagelijkse multivitamine, een cacao-extract of placebo.

De onderzoekers vonden dat de multivitamine-groep gemiddeld iets minder cognitieve achteruitgang vertoonde dan de placebo-groep.

Vertaald naar "leeftijd": de multivitamine-gebruikers behielden ongeveer 60 procent meer geheugen dan placebo-gebruikers in dezelfde tijd. Dat is in absolute termen klein, maar in onderzoek naar dementiepreventie best opvallend.

De studie kreeg veel aandacht en wordt vaak aangehaald als bewijs dat "multivitamines werken". Daar zit een paar belangrijke nuances achter.

Ten eerste: het effect was vooral zichtbaar bij mensen met een geschiedenis van hart- en vaatziekten, waar tekorten waarschijnlijk vaker voorkomen. Ten tweede: het was een effect op cognitief testen, niet op klinische diagnose van dementie.

Ten derde: ouderen hebben sowieso vaker subklinische tekorten, en de bevinding zegt niet dat een dertiger of veertiger hetzelfde effect zou ervaren. Tot slot: replicatie is nog gaande.

COSMOS-Mind is een belangrijk signaal, geen eindpunt.

Voor ouderen vanaf 65, vooral met cardiovasculaire voorgeschiedenis, is er nu redelijk wat reden om een multi te overwegen; voor jongere gezonde mensen is dat bewijs er niet.

Wel zinvol: ouderen

Bij ouderen verandert de balans tussen kosten en baten van een multivitamine duidelijk in het voordeel van suppletie. Met de jaren neemt de eetlust af, eten mensen minder en vaker eenzijdig, daalt de maagzuurproductie waardoor B12-opname afneemt, en wordt de huid minder efficiënt in het aanmaken van vitamine D uit zonlicht.

Tegelijk wordt het lichaam gevoeliger voor de gevolgen van micronutriëntentekorten, een lichte B12-deficiëntie kan bij ouderen al neurologische symptomen geven.

Een onderbouwd voedingspatroon blijft de eerste keuze, maar wanneer dat onhaalbaar is, of wanneer er meerdere chronische aandoeningen meespelen, is een dagelijkse basismultivitamine een verstandige aanvulling.

De Gezondheidsraad adviseert los hiervan in elk geval extra vitamine D voor iedereen vanaf 70 jaar (20 microgram per dag) en voor 50-plus vrouwen (10 microgram per dag). Veel basismultivitamines voor senioren bevatten die hoeveelheid plus aanvullende B12, B6 en foliumzuur, vitamines waarvan tekorten in deze leeftijdsgroep vaak voorkomen.

COSMOS-Mind suggereert dat dit cognitieve achteruitgang licht kan vertragen.

Aan de andere kant: ouderen gebruiken vaker medicatie waarmee supplementen kunnen interageren. Een korte check bij huisarts of apotheker is daarom altijd verstandig voordat je dagelijks een multi gaat slikken naast bloedverdunners, schildkliermedicatie of antibiotica.

Wel zinvol: veganistisch dieet

Wie volledig plantaardig eet loopt aantoonbaar verhoogd risico op een paar specifieke tekorten. Vitamine B12 komt vrijwel uitsluitend uit dierlijke producten of verrijkte voeding; zonder suppletie is een tekort op termijn vrijwel onvermijdelijk.

Vitamine D is in plantaardig dieet beperkt aanwezig, en bij donkere huid of weinig zonlicht is suppletie sowieso verstandig.

Jodium komt vooral uit (gejodeerd) brood, zuivel en zeevis; veganisten die geen brood eten of glutenvrij eten kunnen hier in tekort komen. Calcium en ijzer zijn aandachtspunten maar meestal te halen uit een goed samengesteld plantaardig dieet.

Voor veganisten is een multivitamine daarom géén luxe maar functioneel onderdeel van de voeding.

Belangrijker dan "merk-X versus merk-Y" is dat het product de juiste vormen bevat: B12 als cyanocobalamine of methylcobalamine in een dosering van minstens 10 microgram per dag (sommige onderzoeken adviseren wekelijks 2000 microgram als alternatief), vitamine D3 of D2 op gericht niveau, en jodium tot circa 150 microgram per dag.

Pas wel op met multi's die toch dierlijke vulstoffen bevatten zoals gelatine in capsules; let op de aanduiding "vegan". En voor specifiek B12 is een aparte tablet vaak betrouwbaarder dan vertrouwen op de bescheiden dosering die in een basismulti zit.

Wel zinvol: zwangerschap

Tijdens zwangerschapswens en in de eerste maanden van zwangerschap is gerichte suppletie geen advies maar standaard. Foliumzuur (vitamine B11) van 400 microgram per dag, te starten vanaf het moment dat je probeert zwanger te worden tot en met de tiende zwangerschapsweek, verlaagt de kans op neuralebuisdefecten zoals open ruggetje met circa zeventig procent.

Dat is een van de best onderbouwde supplementadviezen in de hele geneeskunde. Ook vitamine D (10 microgram tijdens zwangerschap en borstvoeding) en jodium via gejodeerd zout staan op de standaardlijst.

Veel zwangerschapsmultivitamines combineren deze stoffen in één tablet, vaak met een lichte aanvulling van ijzer, calcium en B6. Dat is een werkbare oplossing zolang de doseringen passend zijn.

Belangrijk: vermijd zwangerschap-multi's met hoge vitamine A in retinolvorm, die kan in hoge doseringen schadelijk zijn voor de foetus.

Bètacaroteen is veilig. Kruidenextracten, hoge doseringen vitamine E of speciale "detox"-supplementen horen niet thuis tijdens zwangerschap zonder overleg met verloskundige of huisarts.

Een speciale prenatale multi voorzien van NZVT- of GMP-certificering is een eenvoudige en veilige route.

Niet zinvol: gezonde volwassene

Voor de doorsnee gezonde volwassen Nederlander, eet gevarieerd, beweegt regelmatig, geen chronische aandoening, geen extreem dieet, is een multivitamine voor de zekerheid in onderzoek vrijwel niet werkzaam gebleken.

Dat wil niet zeggen dat hij actief schadelijk is bij doseringen rond de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid; het wil zeggen dat de winst gewoon niet aantoonbaar is.

Wie zes tot acht porties groente en fruit per week haalt, regelmatig vis of vervangers eet, voldoende zuivel of plantaardige equivalenten gebruikt en buiten komt, heeft de overgrote meerderheid van zijn micronutriëntenbehoefte gedekt. Een pil voegt daar weinig aan toe.

Sterker nog: bij sommige stoffen kun je met een multi onnodig veel binnenkrijgen. Vitamine A, ijzer, jodium en koper hebben een bovengrens waar je dichterbij komt als je een multi combineert met een rijk dieet.

Dat is meestal nog veilig, maar bij langdurig gebruik in combinatie met "extra" aparte supplementen (vis-olie, magnesium, extra vitamine C) bouwt het zich op.

De vraag "baat het niet, dan schaadt het niet" geldt voor pillen veel minder vanzelfsprekend dan voor voeding. Wie écht wil weten of suppleren zinvol is laat een bloedbeeld doen op vitamine D, B12, ferritine en eventueel foliumzuur; gericht aanvullen op een aangetoonde tekort levert meer op dan dertig stoffen tegelijk laaggedoseerd binnenkrijgen.

Dosering: RDA versus EU-claim

De cijfers op de verpakking zorgen vaak voor verwarring. De RDA (Recommended Daily Allowance) of in Europa de RI (Referentie-Inname) is de hoeveelheid die het gemiddelde gezonde individu nodig heeft om geen tekortsymptomen te krijgen.

Dat is niet hetzelfde als "de optimale hoeveelheid", wat optimaal is, hangt af van veel factoren en is voor verschillende mensen verschillend. Een multivitamine die exact 100% RI per stof aanbiedt, doet vooral wat je nodig hebt om geen tekort te ontwikkelen.

Veel commerciële producten bevatten echter doseringen ruim boven 100%, soms tot 500% of meer van de RI, zonder dat daar onderbouwing voor is. Voor water-oplosbare vitaminen (C en de meeste B's) is dat niet acuut schadelijk, overschot scheid je uit via de urine.

Voor vet-oplosbare vitaminen (A, D, E, K) en mineralen (ijzer, jodium, koper, seleen) kan het wel problematisch worden.

Lees op het etiket de hoeveelheden per stof en check of doseringen redelijk zijn: voor de meeste vitamines is 50-150% RI prima, voor mineralen vaak lager. Reuzedoseringen zijn marketing, geen wetenschap.

De EU heeft daarom maximale doseringen vastgesteld in supplementen, die laat een fatsoenlijk product zien.

Kwaliteit en keurmerken

De Nederlandse supplementenmarkt is over het algemeen redelijk veilig vergeleken met die in Amerika of online uit Aziatische webshops, maar er bestaan grote kwaliteitsverschillen.

Belangrijke keurmerken om op te letten zijn NZVT (gecertificeerd voor topsporters, geen verontreinigingen of dopingstoffen), GMP (Good Manufacturing Practice, gecontroleerde productieomgeving) en in mindere mate ISO 22000. Een product zonder enig keurmerk is niet per se onveilig, maar je hebt geen onafhankelijke verificatie op wat erin zit.

Wat ook telt: bij welk land is het product geproduceerd, of het bedrijf openheid geeft over derdepartijtesten, of de doseringen op het etiket overeenkomen met wat er werkelijk in de pil zit. Onderzoeken, vooral van Amerikaanse supplementen, laten regelmatig zien dat etikettering en inhoud niet altijd overeenkomen, soms tot dertig procent verschil.

In Europa is dat minder vaak het geval omdat de regelgeving strakker is, maar lokaal verkochte producten zonder keurmerk vragen om wat scepsis.

Voor de gemiddelde gebruiker geldt: kies een product van een gevestigd merk dat gemaakt is in Europa, met GMP-certificaat. Daarbij maakt de prijs vaak minder verschil dan je denkt, zie de volgende sectie.

Duur merk of huismerk?

De prijsverschillen tussen multivitamines zijn enorm: van vier euro per maand voor een huismerk-multivitamine tot vijfentwintig euro of meer voor een "premium" merk. De vraag is: waarvoor betaal je dat verschil?

In de overgrote meerderheid van de gevallen voor verpakking, marketing en in mindere mate iets fraaiere vormen van vitaminen (bijvoorbeeld methylfolaat in plaats van foliumzuur, methylcobalamine in plaats van cyanocobalamine, magnesiumbisglycinaat in plaats van magnesiumoxide).

Voor de meeste gebruikers met normaal functionerende opname maakt dat klinisch geen meetbaar verschil.

Voor specifieke groepen kan een duurdere vorm wel zin hebben. Mensen met een MTHFR-mutatie kunnen baat hebben bij actief foliaat in plaats van foliumzuur, hoewel het bewijs daarvoor in de gewone bevolking dun is.

Mensen met een gevoelige darm kunnen prettiger reageren op magnesiumvormen zonder oxide.

Maar voor de gemiddelde Nederlander zonder bijzondere aandoeningen levert een huismerk-multi van Etos, Kruidvat of een drogist met GMP-certificaat hetzelfde resultaat als een premium-merk dat drie keer zoveel kost.

Dat geld kun je beter aan vis, groente of een goede pedicure besteden. Wie het verschil tussen marketing en evidence belangrijk vindt, leest het etiket en vergelijkt doseringen, niet de claims op de voorkant.

Gerichte suppletie versus multi

De fundamentele vraag bij elk supplement is: wat is mijn doel, en welke stof dient dat doel? Een multivitamine schiet met hagel: een beetje van alles, in lage dosering, ongeacht of je iets nodig hebt.

Voor mensen zonder aantoonbare tekorten betekent dat: het overgrote deel verlaat het lichaam ongebruikt. Voor wie wél iets tekort komt, is de dosering vaak te laag om het tekort echt aan te vullen.

Wie bijvoorbeeld een vitamine D-tekort heeft, krijgt uit een gewone multi typisch 5 tot 10 microgram per dag, niet de 25 tot 50 microgram die in zo'n geval therapeutisch verstandiger is.

Gerichte suppletie pakt het anders aan. Eerst kijken waar het probleem zit (bloedonderzoek, dieet-analyse, klachten), vervolgens één tot drie stoffen kiezen die dat probleem specifiek aanpakken, in een dosering die zinvol is.

Zwangerschapswens? Foliumzuur 400 mcg apart.

Vermoede B12-tekort bij vegan? Aparte B12 1000 mcg.

Vitamine D-tekort? Aparte D3 25-50 mcg.

Dat werkt klinisch beter, is kosteneffectiever en geeft je grip op wat je inneemt. Een goede supplementencoach werkt vrijwel altijd gericht, een multi voorschrijven zonder reden past niet in evidence-based praktijk.

Voor wie het écht goed wil doen is gericht supplementeren op basis van aangetoonde behoefte vrijwel altijd de betere keuze dan een breedspectrum multi voor de zekerheid.

De "dure plas": klopt het echt?

Het beeld van de "dure plas", dat je multivitamine vooral via je urine het toilet uitgaat, circuleert al decennia en is gedeeltelijk waar. Water-oplosbare vitaminen zoals C, B1, B2, B3, B5, B6, B7, B9 en B12 worden inderdaad uitgescheiden in urine wanneer het lichaam meer binnenkrijgt dan het nodig heeft of kan opslaan.

Bij hoge doseringen vitamine C wordt urine soms duidelijk geler, een visuele bevestiging dat je niet alles benut. Voor deze vitaminen geldt: wie geen tekort heeft, gebruikt grotendeels alleen wat het lichaam op dat moment vraagt; de rest verlaat het lijf.

Voor vet-oplosbare vitaminen (A, D, E, K) en mineralen ligt het anders. Die worden opgeslagen in vetweefsel of in specifieke depots (calcium in bot, ijzer in ferritine).

Wat je dus aan vet-oplosbare vitaminen of mineralen binnenkrijgt verdwijnt niet zomaar; het stapelt zich op. Voor mensen met een tekort is dat juist nuttig.

Voor mensen die al voldoende binnenkrijgen via voeding kan stapeling op termijn problematisch worden, vooral bij vitamine A en ijzer.

Het "dure plas"-beeld geldt dus genuanceerd: de meeste B-vitaminen en C zijn inderdaad voor een groot deel een dure plas wanneer je geen tekort hebt. Maar de mineralen en vet-oplosbare vitaminen zijn dat niet, die kunnen, ongewenst, een lange-termijneffect hebben.

Valkuilen bij multivitaminen

Een paar terugkerende valkuilen zien we in de praktijk regelmatig terug. Het is verstandig om ze te kennen voordat je een multi koopt of doorzet.

  • Stapelen met losse supplementen. Wie naast een multi ook nog aparte vitamine D, vitamine C, magnesium en ijzer slikt komt makkelijk boven de bovengrens uit.
  • Interactie met medicatie. Vitamine K interfereert met bloedverdunners als acenocoumarol. IJzer en calcium verminderen schildkliermedicatie-opname. Altijd checken bij apotheker.
  • Te hoge vitamine A in retinolvorm bij zwangeren, kies zwangerschapsmulti's die alleen bètacaroteen bevatten.
  • Vergeten te variëren in voeding omdat "de multi het wel oplost". Multi's missen vezels, eiwitten, polyfenolen en honderden andere stoffen.
  • Cumulatieve overdosering vitamine A bij ouderen, kan botbreuken in de hand werken bij langdurig hoge inname.
  • Allergische reactie op vulstoffen of niet-vegan capsules zonder dat te checken.
  • Niet aanpassen aan leeftijd of fase. Een dertiger heeft een andere multi nodig dan een zeventiger; toch koopt men vaak dezelfde generieke pot jarenlang.
  • Verwachten dat de multi vermoeidheid "oplost", terwijl vermoeidheid meestal andere oorzaken heeft (slaap, stress, schildklier, bloedarmoede die niet met multi op te lossen is).

De rode draad door deze valkuilen is dat een multivitamine vaak op autopiloot wordt gebruikt, een gewoonte zonder evaluatie. Wie elk half jaar even checkt of hij of zij eigenlijk wel iets aan de pil heeft, voorkomt de meeste van deze valkuilen vrij eenvoudig.

Hardnekkige mythes

Rondom multivitamines circuleren een aantal hardnekkige overtuigingen die in onderzoek niet of nauwelijks worden ondersteund. Ze zijn het waard om expliciet te benoemen.

  • "Iedereen heeft tekorten door de moderne landbouw." Het meeste Nederlandse onderzoek laat zien dat tekorten in de algemene bevolking beperkt zijn, vitamine D en in sommige groepen B12 en jodium uitgezonderd.
  • "Een multivitamine voorkomt verkoudheid." Daar is geen overtuigend bewijs voor. Vitamine C in hoge dosering verkort de verkoudheidsduur licht maar voorkomt niets.
  • "Hoe meer hoe beter." Het tegendeel is waar voor vet-oplosbare vitaminen en mineralen, waar overdosering schadelijk kan zijn.
  • "Natuurlijke vorm is altijd beter." Sommige natuurlijke vormen worden inderdaad beter opgenomen, andere niet. Het hangt per stof af en kost vaak veel extra geld voor weinig effect.
  • "Een multi compenseert mijn slechte eetpatroon." Pillen leveren geen vezels, eiwitten of polyfenolen, een multi is geen vervanging van groente en fruit.
  • "Topsporters slikken een multi, dus dat moet ik ook." Topsporters hebben meetbaar verhoogde behoeften en werken vrijwel altijd met diëtist en bloedonderzoek; recreatieve sporters hebben dat amper.
  • "Mijn oma slikte het zonder problemen." Vroeger waren multivitamines vaak laaggedoseerd; tegenwoordig zit er soms vele malen meer in.

Het terugkerende thema is dat multivitamines geen kwaad doen voor de meeste mensen, maar ook geen wonderen verrichten. Wie ze koopt op basis van mythes betaalt voor een gerust gevoel, niet voor meetbare gezondheidswinst.

Dat mag, als je dat bewust doet en de pil niet verwart met een medische strategie.

De grootste les uit decennia onderzoek is dat suppletie pas écht zin heeft als je weet wat je tekort komt. Voor specifieke groepen, ouderen, veganisten, zwangeren en mensen met chronische aandoeningen, is een multivitamine of gerichte aanvulling functioneel en soms noodzakelijk.

Voor de gezonde gemiddelde Nederlander is hij vooral een gewoonte met een prijskaartje en zonder aantoonbaar gezondheidsvoordeel.

Geen ramp, ook geen reden om in paniek te raken; wel reden om jezelf de vraag te stellen wat je eigenlijk wilt bereiken. Als het antwoord "voor de zekerheid" is, dan is bloedonderzoek of een gesprek met een goede supplementencoach vaak meer waard dan een doos met dertig pillen.

En als je het wél slikt: kies bewust, lees etiketten, varieer aan je voedingspatroon én accepteer dat een pil nooit de plaats inneemt van wat een goed bord eten je biedt.

Veelgestelde vragen

Alles wat je wil weten.

Moet ik een multivitamine elke dag slikken of mag het soms?+

Als jij tot de groepen behoort die er aantoonbaar baat bij hebben, ouderen, veganisten, vrouwen met kinderwens of zwangeren, dan is dagelijks gebruik logisch. De meeste vitaminen werken via stabiele bloedspiegels en niet via piekdosering; een sporadische pil is dan zinloos. Voor een gezonde volwassene met gevarieerd dieet is de vraag eerder of een multi überhaupt nodig is. Wie hem "voor de zekerheid" één keer per week neemt verdient ongeveer niets terug behalve een placebo-effect. Beter: kies bewust voor dagelijks gebruik bij een aangetoonde behoefte, of laat het achterwege. Tussenoplossingen, "af en toe", leveren noch het cognitieve effect uit COSMOS-Mind noch een aantoonbare gezondheidswinst op.

Heeft een multivitamine zin voor kinderen?+

Voor gezonde kinderen met een normaal voedingspatroon adviseert de Gezondheidsraad geen multivitamine. Wel staan vitamine D (vanaf 0 tot 4 jaar, en bij donker getinte huid of weinig zonlicht ook langer) en bij baby's vitamine K op het lijstje. Een multi is dus geen vervanging voor die gerichte adviezen. Eet je kind structureel eenzijdig, geen groente, geen fruit, geen variatie, dan is een kindermultivitamine een redelijke noodoplossing, maar nooit de eindoplossing; werk parallel aan het voedingspatroon zelf. Kies kindersuppletie altijd met doseringen die op kinderen zijn afgestemd; volwassen-multivitaminen bevatten te hoge gehaltes ijzer en vitamine A voor jonge kinderen en kunnen schadelijk zijn.

Een multivitamine mét of zonder ijzer?+

Voor mannen en post-menopauzale vrouwen geldt: bij voorkeur zonder ijzer. Volwassen mannen verliezen nauwelijks ijzer en kunnen bij langdurige extra inname stapelen, wat oxidatieve schade en op termijn leverbelasting kan geven. Voor menstruerende vrouwen, zwangeren of mensen met aangetoond ijzertekort kan ijzer juist nuttig zijn, maar dan liever gericht, in een hogere therapeutische dosis (bijvoorbeeld 25-50 mg elementair ijzer) dan de homeopathische 7-14 mg die in een multi zit. Wie geen tekort heeft suppleert geen ijzer; wie wel een tekort heeft krijgt te weinig binnen via een gewone multi. Daarom maakt een multi met ijzer bij beide groepen weinig verschil, wat opnieuw onderstreept dat gericht supplementeren bijna altijd verstandiger is.

Is een duur merk multi echt beter dan het huismerk?+

In de meeste gevallen niet. De werkzame vorm van de meeste vitaminen en mineralen is generiek en zit in vrijwel alle producten. Verschillen zitten in vormen (bijvoorbeeld foliumzuur versus methylfolaat, vitamine B12 als cyanocobalamine versus methylcobalamine), in vulstoffen en in keurmerken zoals NZVT of GMP-productie. Voor de meeste gezonde gebruikers maakt dat verschil klinisch nauwelijks uit. Mensen met aangetoonde MTHFR-mutaties of een gevoelige darm kunnen baat hebben bij actieve vormen, maar die zitten ook in huismerken die specifiek "actieve B-complex" vermelden. Marketingclaims als "maximale opname", "biologisch beschikbaar" of "celactief" zijn vrijwel altijd onbewezen. Vergelijk doseringen en vormen op het etiket; daar zit de échte info.

Een multivitamine is toch beter dan helemaal niets als ik slecht eet?+

Dat klinkt logisch maar klopt maar half. Een multivitamine vult een paar tekorten gedeeltelijk aan, maar levert geen vezels, geen eiwit, geen gezonde vetten, geen polyfenolen en geen voedingsmatrix waarin micronutriënten samenwerken. Studies waarin pillen op de plaats van groente en fruit werden gezet leverden geen vergelijkbare gezondheidswinst op. Een multi maskeert bovendien het gevoel dat het voedingspatroon onvoldoende is, waardoor de échte oplossing, beter eten, niet wordt opgepakt. Beter dan niets is het soms wel, maar "net iets minder slecht" is geen prestatie. Zie een multivitamine bij een slecht dieet als een tijdelijke noodverzekering terwijl je werkt aan structurele verbetering, niet als duurzame strategie.

Lees ook

Verder in de kennisbank.

Alle artikelen →